Ondanks stoppersregeling reductiedoel stikstof nog lang niet behaald
De stoppersregeling levert de grootste bijdrage aan vermindering van de stikstofdepositie, maar het is nog lang niet genoeg om aan de wettelijke reductiedoelstellingen te voldoen.
Vooral het ontbreken van financiële prikkels zorgt ervoor dat er met het huidige beleid nog maar 10 tot 15 procent van de reductiedoelstelling voor 2030 wordt behaald. Dat blijkt uit de tweede Monitoring en evaluatie van het programma Stikstofreductie en Natuurverbetering (PSN) dat vandaag is aangeboden aan het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).
Reductie volledig toe te schrijven aan stoppersregeling
De stikstofdepositie wordt uitgedrukt in mol per hectare. Die nam in de periode van 2005 tot 2023 met 32 procent af. In 2023 bedroeg de stikstofdepositie op stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden 1365 mol per hectare per jaar, zo schrijft Het Planbureau voor Leefomgeving die het rapport opstelde. De onderzoekers rekenden voor de landbouw, mobiliteit (verkeer en scheepsvaart) en industrie uit, welke bijdragen de sectoren leveren aan de reductiedoelstellingen voor 2030. In totaal verwacht PBL dat de daling die tot dat jaar wordt bereikt zal uitkomen op 55,6 mol per hectare, waarvan 48,3 mol afkomstig van de landbouw. Deze daling is geheel toe te schrijven aan de stoppersregeling.
Financiële prikkels ontbreken bij voerspoor
In een toelichting schrijft het PBL dat die totale daling ver achter blijft bij de wettelijke doelstelling. Het instituut roept de overheid op om nauwer te gaan samenwerken met landbouwsectoren omdat een betere afstemming tussen bron- en natuurmaatregelen de effectiviteit hiervan vergroot.
Het PBL wijst er bijvoorbeeld op dat het verlagen van ruw eiwit in het rantsoen via het zogenoemde voerspoor vooralsnog weinig effect heeft gehad. De reden daarvoor is het ontbreken van normerend beleid of financiële prikkels. Ook is er volgens het PBL weinig progressie geboekt bij de maatregelen in stallen. Uitgestelde besluitvorming en moeizame vergunningverlening zorgen ook hier nauwelijks voor vooruitgang terwijl het PBL juist hier veel emissiereductie had verwacht.
Vooral grote bedrijven stoppen
Stoppersregelingen hebben de grootste bijdrage geleverd aan de emissiereductie, maar deze betreffen vooral intensieve veehouderijsectoren en minder melkveebedrijven. Volgens de onderzoekers zijn het vooral grote bedrijven met weinig uitstoot per dier die stoppen. Dit leidt ertoe dat de emissiereductie vooral is behaald bij grotere bedrijven met een relatief geringe uitstoot en tegen hoge kosten. Het was volgens PBL goedkoper geweest als de kleinere bedrijven met relatief grote emissies per dier de regeling hadden gebruikt om te stoppen. De verwachting is dat door stoppersregelingen de varkens en pluimveestapel zal krimpen met 7 tot 9 procent en de melkveestapel maar met 1 procent.