Gras

KringloopWijzer overschat ruw eiwit in vers gras niet

Gemiddeld is de gemeten verhouding tussen re en vem van versgrasmonsters hoger dan de berekende verhouding in de KringloopWijzer
Gemiddeld is de gemeten verhouding tussen re en vem van versgrasmonsters hoger dan de berekende verhouding in de KringloopWijzer

In tegenstelling tot wat critici beweren wordt het ruw eiwit (re) in vers gras in de KringloopWijzer niet overschat. Er is eerder sprake van onderschatting.

Dit blijkt uit metingen en berekeningen bij deelnemers aan het project Koe en Eiwit.

Berekend op basis van graskuilen

De opname van weidegras wordt in KringloopWijzer geschat op basis van het aantal uren weidegang. Het re-gehalte wordt berekend op basis van de voederwaarde van gewonnen graskuilen. Deze werkwijze levert regelmatig kritiek op van gebruikers, omdat de opname van vers gras en het re-gehalte in het rantsoen hierdoor te hoog zouden zijn ingeschat, met ongunstige uitkomsten van de KringloopWijzer tot gevolg.

Vergeleken met vers gras monsters

Om te onderzoeken in hoeverre deze kritiek terecht is, zijn cijfers geanalyseerd van twintig bedrijven die meededen in het project Koe en Eiwit. Op deze bedrijven is onder andere een groot aantal versgrasmonsters genomen. De gemeten voederwaarde hiervan is vergeleken met de voederwaarde die werd berekend in de KringloopWijzer. Gemiddeld bleek de gemeten verhouding tussen re en vem van de grasmonsters hoger dan de KringloopWijzer berekende. Voor de kleibedrijven was dit gemiddeld drie procent hoger, voor de veenbedrijven twaalf procent hoger en voor de zandbedrijven gemiddeld zeven procent hoger. De KringloopWijzer overschat het re-gehalte van vers gras gemiddeld dus niet. Er waren bovendien geen bedrijven waar de verhouding re/vem door de KringloopWijzer meer dan tien procent werd overschat.

Invloed beperkt

Uit doorrekening van een 1000-tal KringloopWijzers blijkt bovendien dat een eventuele overschatting van de grasopname met twintig procent uiteindelijk maar zeer beperkt invloed zou hebben op het re-gehalte in het totale rantsoen. Zelfs op bedrijven die meer dan 2000 uur per jaar weiden zou de overschatting beperkt blijven tot 0,8 procent. Tien procent overschatting van de verhouding tussen re en kvem zou bij meer dan 2000 uur weiden leiden tot een drie procent lager ruweiwitgehalte in het rantsoen. Voor bedrijven die tot 850 uur weiden is het verschil 1 procent en in de tussengroep 1,5 procent.