Stikstof

WUR: ammoniaknorm niet haalbaar zonder investeringen in staltechniek

Meer perspulp voeren verminderde de ammoniakuitstoot met 4 tot 7 procent
Meer perspulp voeren verminderde de ammoniakuitstoot met 4 tot 7 procent

De door het kabinet voorgestelde klimaatnorm voor melkveebedrijven is haalbaar met een combinatie van managementmaatregelen en voeradditieven. Voor de ammoniaknorm zijn op de meeste bedrijven ook investeringen in technische stalaanpassingen nodig. En zelfs met deze investeringen blijven de normen voor een deel van de bedrijven buiten bereik.

Dat blijkt uit een verkenning van Wageningen Social & Economic Research. Onderzoekers rekenden de emissiereductie en economische gevolgen van maatregelen door voor drie typen melkveebedrijven: een bedrijf op zandgrond zonder weidegang, een bedrijf op kleigrond met circa 1000 uur weidegang en een bedrijf op veengrond met zo’n 2300 uur weidegang. 

Met een combinatie van voer- en managementmaatregelen en investeringen in staltechniek kan de ammoniakemissie met 23 tot 44 procent omlaag. De uitstoot van broeikasgassen kan met 31 tot 40 procent verminderen. 

Technische stalmaatregelen grootste effect

Technische stalmaatregelen hebben het grootste effect op de ammoniakreductie. Zo verlaagt de Lely Sphere en het koetoilet de ammoniakemissie op het kleibedrijf met respectievelijk 28 en 24 procent. Op het zandbedrijf resulteert mestscheiding en stikstofstrippen samen in een reductie van 27 procent. Op het veenbedrijf levert een lagere stikstofbemesting de grootste reductie op: 17 procent. Door het relatief grote aandeel veldemissies weegt deze maatregel daar zwaarder mee. Ook voer- en managementmaatregelen dragen bij aan vermindering van de ammoniakuitstoot. Meer perspulp voeren vermindert deze met 4 tot 7 procent. Een hogere stikstofbenutting levert 2 tot 3 procent reductie op. Op het kleibedrijf zorgt meer weidegang voor een vermindering van 9 procent.

Managementmaatregelen niet genoeg voor norm

De onderzoekers vergeleken de uitkomsten met de door het kabinet voorgestelde emissienorm voor 2035 van 0,164 kg ammoniak per fosfaatrecht per jaar voor stal- en opslagemissies. In de berekening van deze norm worden veldemissies niet meegenomen. Met alleen managementmaatregelen blijft deze norm op alle drie de bedrijfstypen buiten bereik. Alleen op het kleibedrijf komt de emissie met een combinatie van managementmaatregelen en investeringen in een Lely Sphere of een koetoilet onder de norm. Op het zand- en veenbedrijf is ook met investeringen in staltechniek de norm niet haalbaar.

Klimaatnorm haalbaar met additieven

Voor broeikasgasemissies blijven alle drie de bedrijfstypen met een combinatie van managementmaatregelen en de inzet van additieven onder de door het kabinet voorgestelde norm van 92 kg CO₂-equivalenten per fosfaatrecht per jaar. Het voeradditief Bovaer en methaanoxidatie met een fakkel blijken de meest effectieve maatregelen om de uitstoot verder te verlagen. Op bedrijfsniveau bedraagt de berekende reductie respectievelijk 9 tot 16 en 10 tot 20 procent. Andere maatregelen hebben minder effect. Fokkerij levert maximaal 2 procent reductie op en methaanarm krachtvoer maximaal 1,5 procent.

Economische gevolgen

De onderzoekers brachten ook de economische gevolgen van de genomen maatregelen in beeld. De investeringen in ammoniakmaatregelen varieerden van 409 tot 2411 euro per koe. Voor klimaatmaatregelen lagen deze tussen 469 en 709 euro per koe. Voor de reductie van ammoniak daalde het bedrijfsresultaat met 1,09 per 100 kg melk voor het zandbedrijf tot 2,98 euro per 100 kg melk op het veenbedrijf. Voor het terugdringen van broeikasgassen kwam het resultaat voor de verschillende bedrijfstypes 2,30 tot 3,55 euro per 100 kg melk lager uit. 

Bekijk het volledige rapport