Extensieve veehouders halen ammoniaknorm vaak niet
Het overgrote deel van de deelnemers aan de extensiveringsregeling van het ministerie van LNV produceert meer dan 0,164 kg NH3 per fosfaatrecht. Daarmee voldoen ze nog niet aan de norm die in de stikstofbrief van het ministerie wordt genoemd als doel voor 2035.
Ook de norm van 92 kg CO2-equivalenten per fosfaatrecht blijkt voor veel bedrijven nog buiten bereik. Dit blijkt uit een inventarisatie van DLV Advies.
Slechts zeven bedrijven halen norm
DLV begeleidt 50 melkveehouders die deelnemen aan de extensiveringsregeling. Voor deze veehouders vergeleek de adviesorganisatie de cijfers uit de KringloopWijzer van 2025 met de voorgestelde normen uit de stikstofbrief.
Alle 50 bedrijven blijven ruim onder de veebezettingsnorm van 2,6 gve per hectare. Toch voldoet het overgrote deel niet aan de voorgestelde norm van 0,164 kg NH3 per fosfaatrecht. Slechts zeven bedrijven bleven in 2025 onder deze norm. Ook de klimaatnorm van 92 kg CO2-equivalenten per kg fosfaatrecht halen veel bedrijven nog (lang) niet.
Beleid stuurt op stalemissies
Dylan Lohuis van DLV Advies vertelt dat de uitkomsten van de berekeningen hard zijn aangekomen bij de deelnemers. Ze hebben volgens de adviseur bewust de keuze gemaakt om te extensiveren door minder dieren per hectare te houden en meer te gaan weiden. ‘Ze hebben ervoor gekozen om hun bedrijf klaar te maken voor de toekomst. Het voelt tegenstrijdig dat er nu nieuwe normen komen waaraan ze niet voldoen.’
De verklaring voor deze tegenstrijdigheid is dat extensieve en biologische melkveehouders veel weiden. Koeien staan hierdoor minder uren op stal en mest komt voor een groter deel rechtstreeks in de wei terecht. Het beleid stuurt echter op emissies vanuit de stal en de mestopslag. ‘Hierdoor zullen extensieve melkveehouders alsnog moeten investeren in emissiearme staltechniek.’
Hoop op uitzondering
De deelnemers aan de extensiveringsregeling hebben hun hoop gevestigd op signalen vanuit het kabinet om biologische melkveebedrijven uit te zonderen van de broeikasgasemissienorm. Daarnaast wordt gekeken of de normen en berekeningen voor biologische én extensieve bedrijven voldoende aansluiten bij hun bedrijfsvoering. ‘Als ondernemers aantoonbaar extensief werken en veel doen voor natuur, waterkwaliteit en weidegang, moet nieuw beleid die beweging niet tegenwerken’, vindt Lohuis. ‘Het is goed dat dit inmiddels wordt onderkend, maar het moet nu nog wel worden vertaald naar een werkbare uitwerking.’