Stikstof

Klimaatnorm stikstofbrief raakt biologische bedrijven hard

Door een lagere melkproductie per koe kunnen biologische bedrijven niet voldoen aan de voorgestelde CO₂-norm
Door een lagere melkproductie per koe kunnen biologische bedrijven niet voldoen aan de voorgestelde CO₂-norm

De voorgestelde normen in de stikstofbrief van het kabinet hebben ook grote gevolgen voor biologische melkveehouders.

Aan de norm voor grondgebondenheid voldoen de meeste bedrijven ruimschoots. Maar de norm voor CO2-emissie per fosfaatrecht is een knelpunt, blijkt uit een analyse van senior bedrijfsadviseur John Daalhuizen van aaff accountants.

Verlagen CO complex

De biologische melkveebedrijven van aaff produceerden in 2025 gemiddeld ruim 112 kg CO-equivalenten per fosfaatrecht. Dat is ruim boven de kabinetsnorm van 92 kg CO-equivalenten per fosfaatrecht. Om de norm te halen zouden deze bedrijven de CO-uitstoot per fosfaatrecht met zo’n 18 procent moeten verlagen. Volgens aaff is dit voor biologische bedrijven een zeer complexe opgave, met name vanwege de lagere productie per melkkoe die het gevolg is van een bedrijfsvoering op basis van biologische principes. 

Wel handelingsperspectief voor ammoniak

In 2025 was de ammoniakuitstoot van biologische bedrijven gemiddeld 0,250 kg NH₃ per fosfaatrecht. Ook dat is ruim boven de norm van 0,164 kg NH₃ per fosfaatrecht. Voor verlaging van de ammoniakuitstoot hebben biologische veehouders echter wel mogelijkheden, zoals aanpassingen in rantsoen, management of stalsystemen. Deze maatregelen vragen wel investeringen, maar bieden ondernemers volgens aaff tenminste handelingsperspectief.

De biologische aaff-bedrijven hadden in 2025 een gemiddelde veebezetting van 1,54 gve per hectare. Dat is ruim onder de voorgestelde norm van 2,60 gve per hectare.

Duurzame koplopers afgeremd

De voorgestelde generieke normen veroorzaken volgens Aaff een paradox in het beleid. ‘De overheid stimuleert biologische melkveehouderij vanwege voordelen rond biodiversiteit, bodemkwaliteit, dierenwelzijn en grondgebondenheid. Tegelijkertijd kan een generieke CO-norm juist deze bedrijven hard raken’, concludeert Daalhuizen. ‘Het risico is dat duurzame koplopers worden afgeremd doordat één emissie-indicator zwaarder weegt dan de bredere maatschappelijke prestaties van het bedrijf. Zorg daarom dat regelgeving aansluit bij de langetermijnvisie op landbouwtransitie en een realistische uitvoering in de praktijk’, adviseert hij het kabinet.