Stikstof

‘Invoering doelsturing mag wel tandje sneller’

‘In de melkveehouderij zijn we al heel ver met de randvoorwaarden voor de invoering van doelsturing’, stelt Nevedi-directeur Erwin Wunnekink
‘In de melkveehouderij zijn we al heel ver met de randvoorwaarden voor de invoering van doelsturing’, stelt Nevedi-directeur Erwin Wunnekink

‘Als de sector nog tot 2035 moet wachten voordat doelsturing volledig is ingevoerd, is dat een gemiste kans. Het mag wel wat sneller en ik daag alle betrokken partijen uit om een tandje bij te zetten.’

Deze oproep deed Erwin Wunnekink, op het afsluitende symposium van het project Koe en Eiwit. Wunnekink is directeur van brancheorganisatie Nevedi, maar ook melkveehouder en PAS-melder.

Einddoel 2035

Wunnekink reageerde op de presentatie van Laurens van Sterkenburg, manager doelsturing op het ministerie van LVVN. Hij schetste de planning waarmee het ministerie werkt aan de invoering van bedrijfsgerichte doelsturing. Dit moet uiteindelijk leiden tot een systeem van afrekenbare normen voor boeren in 2035. Om de complexe systeemverandering behapbaar te houden start het ministerie met kritische prestatie-indicatoren voor stikstofemissies, waterkwaliteit en broeikasuitstoot.

Melkveehouderij al heel ver

‘Ik hoop dat het niet nog jaren duurt voordat doelsturing een rol kan gaan spelen bij het verlenen van vergunningen. Als de sector nog tot 2035 moet wachten voordat doelsturing volledig is ingevoerd, is dat een gemiste kans’, reageerde Wunnekink. ‘Het mag wel wat sneller en ik daag alle betrokken partijen uit om een tandje bij te zetten. Zeker in de melkveehouderij zijn we al heel ver’, stelde de Nevedi-directeur. ‘De mengvoerindustrie legt bijvoorbeeld nu al geborgde data vast over het ruweiwitgehalte van voeders. En we hebben de KringloopWijzer met geborgde rekenregels.’

Tien procent minder ammoniak

Van Sterkenburg en Wunnekink spraken op een symposium waarmee het project Koe en Eiwit werd afgesloten. In deze praktijkpilot verkenden 150 melkveehouders en 45 adviseurs vier jaar lang de mogelijkheden om het eiwitgehalte in het rantsoen te verlagen tot minder dan 156 gram ruw eiwit per kg droge stof. De deelnemers voerden uiteindelijk 10 gram minder ruw eiwit per kg droge stof, zonder in te leveren op melkproductie en diergezondheid. Door eiwit beter te benutten realiseerden de deelnemers een vermindering van de ammoniakemissie met 10 procent. Bijkomend voordeel is dat minder stikstof in de mest ook verlichting brengt op de mestmarkt.

Convenant Voerspoor gaat door

In de praktijkpilot werden kennisproducten ontwikkeld, die melkveehouders en voeradviseurs kunnen gebruiken om met succes minder eiwit te gaan voeren. Deze blijven online beschikbaar en zullen onder andere worden ingezet in de campagne ‘Verlaag ruw eiwit, dat loont’. Deze campagne werd onlangs gelanceerd in het kader van het ‘Convenant Voerspoor’ waarin sectorpartijen afspraken hebben gemaakt over verlaging van het ruweiwitgehalte in rantsoenen.