LCV en De Heus: ‘Oogst noodrijpe mais, ook als kolf nog niet ontwikkeld is’
Het drogestofgehalte van snijmaispercelen in Vlaanderen steeg in de afgelopen week met gemiddeld 5,5 procent. Gemiddeld heeft de Vlaamse mais nu een drogestofpercentage van 25,3 procent. De vroegste rassen naderen hun oogstmoment, al zijn er grote verschillen tussen percelen.
Dat blijkt uit de resultaten van metingen van het Vlaams Landbouwcentrum voor Voedergewassen (LCV), dat de afrijping van vijf verschillende maisrassen op elf locaties volgt.
Kolfloze mais oogsten
In Vlaanderen wordt er al mais geoogst. Vaak gaat het om kolfloze mais. Volgens het LCV heeft het geen zin om mais zonder kolf nog langer te laten staan. Deze mais rijpt niet af en verdroogt enkel verder. Het landbouwcentrum raadt aan om kolfloze mais bij een drogestofpercentage van zo’n 28 tot 30 procent te oogsten, en adviseert daarbij extra aandacht te besteden aan het inkuilen en voorkomen van sapverliezen.
Tijdig controleren
Ook normaal ontwikkelde mais begint op verschillende plaatsen snel te verdrogen, ziet het LCV. Met de hoge temperaturen in het vooruitzicht, kan deze mais snel afrijpen. ‘Percelen tijdig controleren en, waar nodig, de loonwerker vastleggen is dan ook de boodschap’, aldus het LCV.
Ook grote verschillen in Nederland
Uit cijfers van Kijk op Mais van voerfabrikant De Heus blijkt dat ook in Nederland het drogestofgehalte van de mais flink stijgt tot gemiddeld 25 tot 28 procent. Er zijn echter grote verschillen tussen, maar ook binnen percelen. De Heus ziet al noodrijpe maisplanten met een drogestofgehalte van 37 tot 38 procent. Als het hele perceel noodrijp is, maar de kolf nog niet volledig is ontwikkeld of de pit nog niet rijp is, adviseert de voerfabrikant om de mais al wel te hakselen. Het zetmeel is wel benutbaar en het tekort aan zetmeel kan in het rantsoen worden aangevuld.