Ruwvoer

Vlaamse mais eind augustus oogstrijp

mais
Mais die tijdens de afgelopen hittegolven bloeide, kan in theorie wat kolven missen

Agrility, het digitale teeltondersteuningsplatform van Limagrain, voorspelt dat de eerste maispercelen al in de laatste week van augustus hakselklaar zijn. Het gaat specifiek om percelen in het meest noordelijke deel van Oost-Vlaanderen. Vanaf 20 augustus bereiken sommige percelen daar een drogestofgehalte van 35 procent, het ideale moment om te hakselen.

Nele Bonte, adviseur voedergewassen bij Limagrain, licht de voorspelling toe. ‘De prognoses werden op 16 juli opgesteld’, zegt ze. ‘Dat is vrij vroeg, waardoor ze nog licht kunnen wijzigen.’ Door de aanhoudende droogte verwacht Bonte zelfs dat het hakselmoment nog wat zal vervroegen. Ook in andere regio’ ziet ze die tendens. ‘In de Kempen ligt de temperatuursom hoger en droogt de bodem sneller uit. Dat zijn belangrijke factoren die het hakselmoment beïnvloeden.’

Op Agrility toont ze een perceel in Oost-Vlaanderen dat op 24 april werd ingezaaid op poldergrond. De temperatuursom bedraagt er intussen 990 graden. ‘Dat is 124 graden hoger dan het gemiddelde voor deze periode van het jaar’, zegt Bonte. ‘Dat werkt een vroeger hakselmoment in de hand.’

Agrility
Een perceel in Oost-Vlaanderen is volgens Agrility vanaf 19 augustus oogstrijp (bron: Limagrain)

Bloei tijdens hittegolf, kans op minder kolven

Het Agrility-platform brengt ook de biomassa- of vegetatie-index in het groeiseizoen in kaart. Die grafiek toont hoe de plant aan massadichtheid wint, maar maakt ook de impact van de hittegolven eind juni en midden juli zichtbaar. Op die momenten daalt de hoeveelheid plantmassa tijdelijk, waarna de groei zich opnieuw herstelt.

‘Daalt de vegetatie-index, dan staat de plant onder stress’, legt Bonte uit. Volgens haar trof de hitte vooral percelen die op dat moment in bloei stonden. ‘Door de hoge temperaturen drogen de meeldraden en stuifmeelkorrels sneller uit. Daardoor kunnen sommige percelen minder kolven vormen.’

In theorie begint de bloei bij een temperatuursom van 800 graden. Bonte vermoedt dat vooral mais die half april werd ingezaaid de gevolgen van de bloeiperiode tijdens de hitte zal ondervinden. ‘Tenzij de plant op dat moment nog voldoende vocht kon opnemen’, nuanceert ze. 

Minder kolfvorming kan uiteindelijk impact hebben op het zetmeelgehalte van de kuil. 

Meer aandacht voor verteerbaarheid

‘Het zetmeelgehalte is sterk afhankelijk van het klimaat’, zegt Bonte. ‘En op het klimaat heb je weinig invloed.’ Daarom raadt ze veehouders aan om bij de rassenkeuze minder nadruk te leggen op het zetmeelgehalte en meer op de verteerbaarheid. ‘De verteerbaarheid van een ras ligt genetisch vast en blijft veel stabieler, ongeacht de weersomstandigheden.’

Hakselmoment zonder drogestofbepaling achterhaald

Ook voor het bepalen van het hakselmoment tipt Bonte om te kijken naar het drogestofgehalte. ‘Veel telers gebruiken nog het opdrogen van de onderste drie à vier bladeren als richtlijn of houden vaste hakseldatums aan. Maar die aanpak is achterhaald.’

Volgens haar komt dat doordat veredelaars al jaren selecteren op een groter kolfaandeel. ‘Daardoor bestaat een maisplant vandaag uit relatief meer kolf en minder plant. Omdat de kolf een hoger drogestofgehalte heeft, bereikt de volledige plant sneller het ideale hakselmoment.’

Agrility helpt telers om dat ideale oogstmoment te bepalen op basis van het drogestofgehalte. Zo kunnen ze beslissen welke percelen het eerst worden gehakseld en de oogst tijdig afstemmen met de loonwerker. Daarnaast biedt het platform ook inzicht in de verwachte ruwvoervoorraad. ‘Hoe handig is het als je nu al weet dat je in september extra ruwvoer zult moeten bijkopen?’, besluit Bonte.

Meer informatie over Agrility, het teeltondersteuningsplatform van Limagrain vind je via deze link.

Het opbrengstpotentieel van een perceel in Oost-Vlaanderen wordt met Agrility op 14 tot 16 ton per hectare geschat. De temperatuursom is door afgelopen hittegolfperiodes 118 graden hoger dan normaal (bron: Limagrain)