Nieuwe injecteur beperkt ammoniakemissie, maar vraagt doorontwikkeling
Een mestinjecteur van Pelgreen brengt drijfmest zo’n 15 centimeter onder de graszode aan. Daardoor blijft er geen mest aan het bodemoppervlak achter en is de ammoniakemissie naar verwachting nihil. Onderzoek van het Louis Bolk Instituut laat echter zien dat de techniek nog verbetering nodig heeft.
Binnen het programma Bemest op z’n Best werd de mestinjecteur in 2024 en 2025 onderzocht op blijvend grasland op zandgrond. Bij deze doorontwikkelde mestinjecteur staan de elementen op 50 cm afstand van elkaar. De resultaten laten zien dat de mest volledig onder de graszode terechtkomt. Bij een traditionele zodenbemester blijft een deel van de mest aan het oppervlak liggen.
Beschadigde zodeoppervlak
De diepe injectie heeft ook een keerzijde. Ongeveer 13 procent van het zodeoppervlak raakte beschadigd. De grasopbrengst kwam uit op 8,7 ton droge stof per hectare. Bij de zodenbemester die de mest verdeelde over de eerste en tweede snede, was dat 10,5 ton.
Ook de stikstofwerking was lager bij de injecteur. Die was 24 procent tegenover 59 procent bij de zodenbemester. De onderzoekers vermoeden dat de droge omstandigheden in het voorjaar van 2025 hierbij een belangrijke rol speelden.
Verdere ontwikkeling nodig
Het onderzoek vond geen aanwijzingen voor nitraatuitspoeling bij de mestinjecteur. Ook veroorzaakte de lichtere injecteur minder bodemverdichting dan twee keer bemesten met de zodenbemester.
De techniek biedt perspectief om ammoniakemissie bij graslandbemesting sterk te verminderen. Verdere ontwikkeling en meerjarige praktijkproeven zijn nodig om de zodeschade te beperken en de grasopbrengst en stikstofbenutting te verbeteren, stellen de onderzoekers.