Veel runderen op blauwtongbedrijven hebben geen antistoffen

Op veel bedrijven die vorig jaar getroffen zijn door het blauwtongvirus, is nog een groot aantal dieren aanwezig dat geen antistoffen heeft.
Dat blijkt uit een onderzoek door dierenartspraktijk Het Drentse Hart uit Beilen op 55 melkveebedrijven. Bij 31 van deze bedrijven had minder dan de helft van de koeien antistoffen tegen blauwtong. Bij 22 bedrijven daarvan ging het zelfs om minder dan een kwart. ‘Dat geeft aan dat nog altijd een groot deel van de koeien geen blauwtong heeft gehad, ondanks dat vrijwel alle melkveehouders te maken hebben gehad met blauwtong’, legt dierenarts Bernd Hietberg uit. ‘Het is een regionaal onderzoek, maar het heeft ons wel verrast. We hadden juist het idee dat we in ons gebied flink getroffen waren door blauwtong.’
Zo snel mogelijk vaccineren
Het is volgens Hietberg een duidelijk signaal dat naast het jongvee dat afgelopen jaar geboren is, ook nog een groot deel van de volwassen veestapel niet beschermd is tegen een nieuwe uitbraak. ‘Onderschat de ernst van dit type blauwtong niet’, stelt Hietberg dan ook. ‘Zorg dat je de veestapel gaat vaccineren en zet voor mei een boosterprik als je vorig jaar al hebt gevaccineerd. Als je vorig jaar niet vaccineerde, dan zou je zo snel mogelijk de basisprik moeten laten zetten en enkele weken later de boosterprik.’
Bernd Hietberg, dierenarts Het Drentse Hart:Onderschat dit agressieve type blauwtongvirus niet. Ga zo snel mogelijk vaccineren
Agressieve blauwtongvariant
Hietberg merkt dat de bereidheid om te vaccineren groot is, ondanks dat gevaccineerde bedrijven vorig jaar ook nog te maken kregen met schade. ‘Het geeft aan dat dit type blauwtong een erg agressieve variant is. We kennen vaccins bij rundvee die wel 99 procent bescherming bieden, zoals bij ibr en bvd. Maar die werking hebben we met blauwtong niet gehaald afgelopen jaar. Maar uit de landelijke sterftecijfers van de schapen en ook uit onze eigen enquête en tankmelkonderzoek blijkt de ernst van blauwtong wel veel minder na vaccinatie.’
Hietberg adviseert alle runderen vanaf 3 maanden te vaccineren. ‘De jongste kalveren krijgen via de biest nog immuunstoffen van hun moeder mee. Op bedrijven met weinig blauwtong kun je kalveren al vanaf 1 maand vaccineren. Jonge kalveren vaccineren is belangrijk, omdat blauwtong bij jonge dieren in hogere sterftecijfers resulteert. Ook al is er bij jonge dieren geen sprake van productieverlies of vruchtbaarheidsproblemen, je hebt wel veel minder virus op het bedrijf door de jonge dieren mee te vaccineren. Dat is ook iets wat we geleerd hebben afgelopen jaar. Een niet-gevaccineerd kalf kan tot maanden virus bij zich houden en daarmee een besmettingsbron blijven. Er hoeft maar een knut zo’n kalf te steken en je loopt het risico dat het virus zich weer gemakkelijk verspreidt.’
Dekstieren meermaals vaccineren
Hietberg wijst ook op het belang van het vaccineren van dekstieren. ‘We hebben afgelopen herfst gemerkt dat bij diverse vleesveehouders koeien niet drachtig bleken ondanks dat er een stier in het koppel liep. Blauwtong maakt stieren tijdelijk steriel, we zien soms perioden tot 3 maanden zonder drachtige dieren. Vergeet stieren daarom niet te vaccineren. Sterker nog, Duits onderzoek bij schapen lijkt erop te wijzen dat boostervaccinaties nog betere bescherming bieden. Gezien de financiële schade van niet-drachtige koeien zou ik als melkveehouder, maar zeker ook als vleesveehouder, overwegen een stier of dekram bij de schapen zelfs drie keer te vaccineren ’
Het Nederlandse blauwtong type is uniek, erg schadelijk en nog niet eerder wereldwijd aangetroffen’, aldus Hietberg.’ Het is daarom goed om ervaringen te delen en onderzoek te doen. Met een verstandige, gezamenlijke aanpak zijn we er hopelijk binnen een paar jaar vanaf.’