Aantal vroeggeboorten verdrievoudigde door blauwtong in 2024
Het percentage vroeggeboorten bij melkvee verdrievoudigde bijna tijdens de verspreiding van het blauwtongvirus type 3 in 2024.
Daarnaast had het virus een negatieve invloed op andere vruchtbaarheidskengetallen. Dat blijkt uit een analyse van Royal GD. Zo stegen de afkalfleeftijd van vaarzen en de tussenkalftijd, waren meer inseminaties nodig en daalde het non-returnpercentage binnen 56 dagen. Ook namen het aantal verwerpers en de sterfte van niet-geoormerkte kalveren toe.
Natuurlijke immuniteit en vaccinatie boden sterkste bescherming
Vaccinatie hielp om een deel van de schade te beperken. Op bedrijven waar het hele melkveekoppel was gevaccineerd, kwamen minder verwerpers, vroeggeboorten en sterfte van niet-geoormerkte kalveren voor. Ook bedrijven met veel natuurlijke antistoffen tegen blauwtong type 3 hadden minder last van de negatieve gevolgen van het virus. De geringste effecten op vruchtbaarheid werden gezien op bedrijven waar natuurlijke immuniteit was gecombineerd met volledige vaccinatie.
Vaccinatie had weinig effect op tussenkalftijd en afkalfleeftijden van vaarzen
De gevolgen van blauwtong waren ook vorig jaar nog zichtbaar. Op bedrijven waar de besmetting in 2023 beperkt bleef en zorgde voor minder natuurlijke immuniteit, kalfden vaarzen in 2025 tot zeven dagen later af en was de tussenkalftijd tot acht dagen langer. Vaccinatie had op deze kengetallen dus weinig effect. Bedrijven met veel natuurlijke antistoffen in 2024 ondervonden minder van deze effecten.