Veehouders voerden meer krachtvoer aan en minder koeien af in 2025
De hoge melkprijs van 2025 heeft melkveehouders gestimuleerd om de productie flink op te voeren. Er is per koe 400 kg extra krachtvoer gevoerd en de uitstroom van koeien is teruggebracht tot minder dan 20 procent.
Dit blijkt uit cijfers van Countus.
Extra krachtvoer slecht benut
De prijs van een kg krachtvoer was in 2025 doorgaans lager dan de melkprijs, soms wel 70 procent. Dit maakte het zeer interessant meer krachtvoer te voeren voor een hogere productie. De Countus-bedrijven voerden afgelopen jaar gemiddeld bijna 400 kg krachtvoer per koe meer dan in andere jaren. Maar dit krachtvoer werd niet efficiënt benut, concludeert Countus. De gemiddelde productie steeg namelijk met ‘slechts’ 500 kg per koe.
Minder dan 20 procent vervanging
De melkveehouders voor wie Countus de boekhouding voert, hebben in het afgelopen jaar ook beduidend meer koeien aangehouden. Eind 2024 liepen er gemiddeld 128 melk- en kalfkoeien op de bedrijven. Inmiddels zijn dat er 139. Dit betekent een groei van ruim acht procent. De instroom van vaarzen is vrijwel gelijk gebleven, maar de uitstroom is fors lager dan in andere jaren en komt gemiddeld uit onder de 20 procent.
Break-evendagproductie al bij 13 kg melk
De lagere uitstroom is bedrijfseconomisch goed te verklaren. Bij een hoge melkprijs van 58 cent levert een koe met een productie vanaf 13 kg melk per dag, na aftrek van voer- en mestafzetkosten, al een positief saldo op, berekende Countus. Nu de melkprijs richting de 40 cent daalt, loopt de zogenaamde ‘break-evenproductie’ alweer op naar 19 kg melk per koe per dag.
Meer jongvee aangehouden
Countus constateert ook dat de jongveebezetting dit jaar oploopt van 5,5 richting de 6 stuks jongvee per 10 melkkoeien. Volgens de accountant is dit mogelijk het gevolg van een schrikeffect van de blauwtonguitbraak in 2024. De uitval van koeien was toen hoog, waardoor de veestapel niet op peil kon worden gehouden met eigen aanfok. ‘De hogere kosten van meer jongvee – als verzekeringspremie – nemen veel veehouders kennelijk voor lief’, concludeert Countus.