Halveren broeikasgassen kan, maar kost 2,50 tot 4 euro per 100 kg melk
Theoretisch is het mogelijk om door optimalisatie van de bedrijfsvoering de broeikasgasemissie per kg melk met zo’n 6 procent te verlagen. Een verdere reductie met 44 procent kan worden behaald met een combinatie van maatregelen. Dit kost, afhankelijk van de grondsoort, wel 2,50 tot 4 euro per 100 kg melk.
Deze conclusie trekken onderzoekers van Wageningen UR uit een doorrekening van de effecten en kosten van klimaatmaatregelen in de melkveehouderij.
Nog CO2-ruimte in optimalisatie
Op veel bedrijven kan de uitstoot van broeikasgassen nog worden verlaagd door optimaliseren van de bedrijfsvoering, dat wil zeggen toepassen van de zogenaamde ‘goede landbouwpraktijk’. De onderzoekers schatten dat hiermee een vermindering van de broeikasgasemissie van de melkproductie met gemiddeld 6 tot 7 procent kan worden behaald. Om meer te reduceren zijn aanvullende maatregelen nodig. In het onderzoek is het theoretische effect van tien maatregelen doorgerekend voor voorbeeldbedrijven op veen, klei- en zandgrond.
Bovaer grootste reductiepotentieel
Het effect van een hogere melkproductie, gebruik van fossielvrije diesel, de teelt van grasklaver en de inzet van kunstmest met een lagere CO2-voetafdruk bedraagt enkele procenten per maatregel. Minder kunstmest gebruiken is vooral effectief op veengrond (min 9 procent). Gebruik van krachtvoer met een lagere koolstofvoetafdruk en bijproducten met een gunstig effect op de methaanemissie is vooral effectief op zandbedrijven (respectievelijk min 12 en min 9 procent). Dit komt omdat op zandbedrijven meer mais wordt gevoerd, waardoor meer eiwit moet worden aangekocht.
Met fokken op minder methaan kan een vermindering met 6 tot 7 procent worden gerealiseerd. Mestvergisting levert tussen de 7 en 10 procent reductie op. Het meest effectief is de toepassing van Bovaer met een reductiepotentieel van 13 tot 15 procent.
Stevig prijskaartje
Toepassen van een combinatie van alle maatregelen kan theoretisch ongeveer 44 procent minder broeikasgas per kg melk opleveren. Maar hieraan hangt wel een prijskaartje. Op zand- en kleibedrijven kost dit maatregelenpakket ruim 2,50 euro per 100 kg melk, op veen is dit bijna 4 euro. Overigens zijn niet alle maatregelen op korte termijn realiseerbaar. Bovaer kan nog niet worden toegepast bij weidende koeien en het maximale effect van fokkerij is pas op langere termijn zichtbaar.
Fokkerij kost veehouder niets
De onderzoekers berekenden voor de verschillende maatregelen ook de kosten per gereduceerde ton CO2-eq. Verhogen van de melkproductie levert geld op en ook grasklaver telen is vaak een winstgevende maatregel. De onderzoekers gaan ervanuit dat fokken op minder methaan veehouders niets kost. Een relatief dure maatregel is aankoop van kunstmest met een lagere footprint (ca 250 euro per ton CO2-eq).
De kosten voor de aankoop van methaanreducerende bijproducten variëren, afhankelijk van het bedrijfstype, tussen de 30 en meer dan 250 euro per ton bespaarde CO2-eq. En ook de kosteneffectiviteit van mestvergisting is sterk variabel (tussen de 60 en 220 euro per ton). Krachtvoer met een lagere voetafdruk kost tussen de 60 en 120 euro per ton. De kosteneffectiviteit van het gebruik van fossielvrije diesel (ca 80 euro per ton) en Bovaer (ca 100 euro per ton) verschilt niet tussen bedrijfstypen.
Project Low Carbon Dairy
De resultaten van het onderzoek werden gepresenteerd bij de afronding van het project Low Carbon Dairy. In dit project verkenden veehouders samen met onderzoekers en adviseurs de mogelijkheden om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Het project is een initiatief van Cono Kaasmakers en Vreugdenhil Dairy Foods en hun afnemers Ben en Jerry’s en Nestlé. Ook mengvoerproducenten Agrifirm, ForFarmers en De Heus, bijproductleverancier Duynie, Lely, Rabobank en PPP Agro Advies zijn bij het project betrokken.
Het project mikt op een verlaging van de uitstoot van broeikasgassen met 50 procent in 2030 ten opzichte van de referentiejaren 2015 (Cono) en 2018 (Vreugdenhil). ‘Dat is ambitieus en kost geld’, concludeerden de onderzoekers na vier projectjaren.
Praktijk: min 20% in vier jaar
Het doel om de emissie te halveren blijkt in de praktijk erg ambitieus. Toch zien de projectleiders perspectief. Zo was er in 2025 nog een grote variatie in broeikasgasemissies tussen de deelnemers aan het project Tomorrow’s Dairy van Vreugdenhil/Nestlé. Tussen bedrijven op dezelfde grondsoort verschilde de uitstoot met 26 tot 38 procent, waarbij de verschillen op zandgrond groter waren dan op veen. In de pilot van Cono/Ben & Jerrys lukte het veehouders om met relatief eenvoudige maatregelen de gemiddelde uitstoot te verlagen van 938 ton CO2-eq per 100 kg melk in 2022 naar 752 ton CO2-eq per 100 kg melk in 2025. Dat wil zeggen een reductie van 20 procent in vier jaar tijd.
Geen relatie met overheidsnorm
Overigens kunnen de uitkomsten van het WUR-onderzoek en de resultaten van de praktijkpilots niet worden vergeleken met de norm voor de uitstoot van broeikasgassen die de overheid voorstelt. Deze norm wordt uitgedrukt in kilogrammen CO2-equivalenten per fosfaatrechten. In dit project wordt gewerkt met CO2-equivalenten per 100 kg melk als kengetal. Bovendien zijn de uitgangspunten en rekenregels verschillend.
Het rapport van het onderzoek van Wageningen Social & Economic Research is hier te downloaden.