Voeding

Droge koeien in twee groepen voeren heeft geen effect op prestaties

Ondanks een hogere voeropname presteerden koeien met tweefasevoeding tijdens de droogstand niet beter dan koeien die de hele droogstand hetzelfde rantsoen kregen
Ondanks een hogere voeropname presteerden koeien met tweefasevoeding tijdens de droogstand niet beter dan koeien die de hele droogstand hetzelfde rantsoen kregen

Koeien die tijdens de droogstand in twee rantsoengroepen werden gevoerd, presteren na afkalven niet beter dan koeien die de hele droogstand hetzelfde rantsoen kregen.

Dit is de conclusie uit een onderzoek aan het Zentrum für Tierhaltung und Technik in de Duitse plaats Iden (Saksen-Anhalt).

Meer energie voor afkalven

In dit onderzoek werden 123 holsteinkoeien voor de droogstand verdeeld in twee groepen. De helft van de koeien kreeg gedurende de hele droogstand eenzelfde rantsoen met maiskuil, luzernekuil, stro, raapschroot en een krachtvoer met een hoog aandeel mais en andere granen. De tweede groep kreeg vanaf ongeveer drie weken voor afkalven een rantsoen met een hogere energiedichtheid door ophogen van het aandeel krachtvoer. Na afkalven kregen alle koeien eenzelfde rantsoen voor hoogproductieve dieren.

Hogere voeropname bij tweefasevoeding

Van alle koeien werd de voeropname gemeten en lichaamsgewicht, conditiescore en melkproductie vastgelegd. De koeien die de hele droogstand hetzelfde rantsoen kregen namen gemiddeld 1,5 kg meer droge stof per koe per dag op dan de koeien die in twee fases werden gevoerd. Dit verschil in voeropname zette zich voort tot ongeveer vijf weken na afkalven. Tijdens de droogstand namen alle koeien ruimschoots voldoende voer op om aan hun voedingsbehoefte te voldoen. Tot in de derde week van de lactatie zaten de koeien die één droogstandsrantsoen hadden gehad, wat dieper in een negatieven energiebalans dan de koeien die in twee fases waren gevoerd.

Geen verschillen in prestaties

Toch vonden de onderzoekers tussen de groepen geen significante verschillen in melkproductie. In de eerste tien weken van de lactatie produceerden de koeien in beide groepen gemiddeld ongeveer 43 kg melk per dag. Ook het lichaamsgewicht en het conditieverloop was niet verschillend tussen de twee groepen. De onderzoekers vonden eveneens geen verschillen in het geboortegewicht van de kalveren. Dat was in beide groepen gemiddeld 45 kg. Daarnaast was ook de biestkwaliteit niet significant verschillend tussen de groepen.