Kalveren van gebruikskruising minder gevoelig voor diarree
Stierkalveren uit de gebruikskruising van holstein met vleesrassen hebben minder last van diarree, groeien harder en hebben een betere voerefficiëntie dan holsteinkalveren.
Dit concluderen onderzoekers van de universiteit van het Canadese Guelph op basis van gegevens van 640 kalveren.
Vaker, langer en ernstiger
De onderzoekers volgden de prestaties van stierkalveren op een opfokbedrijf in de provincie Ontario vanaf de aankomst op een leeftijd van 21 dagen tot een leeftijd 84 dagen. Van de 640 gevolgde kalveren waren er 446 zuiver holstein en 194 een kruising van een holstein met een vleesras, voornamelijk angus. Van de holsteinkalveren kreeg 69 procent minimaal een keer diarree. Bij de kruislingkalveren was dat 61 procent. Daarbij hadden de holsteinkalveren gemiddeld ruim 3 dagen diarree, terwijl dat bij de kruislingkalveren maar 2,4 dagen was. Ook werd de diarree bij de holsteinkalveren vaker als ernstig gedefinieerd.
Mogelijk effect van heterosis
Luchtweginfecties kwamen bij holsteins en kruislingen ongeveer even vaak voor, maar de holsteins hadden wel vaker meerdere behandelingen met antibiotica nodig. De onderzoekers vermoeden dat de betere weerstand van de kruislingen deels het effect is van heterosis. Overigens werden er geen significante verschillen in kalversterfte gevonden.
Betere groei en voerefficiëntie
De holsteinkalveren waren bij aankomst op het opfokbedrijf iets zwaarder dan de kruislingen, maar vanaf dag 28 waren de kruislingen zwaarder. Aan het eind van de onderzoeksperiode wogen de kruislingen gemiddeld ruim 7 kg meer dan de holsteins. Daarbij realiseerden de kruislingen ook een betere voerefficiëntie.