Ruwvoer

Verwachte maisopbrengst daalde door droogte 2,5 ton droge stof

Droogte zorgt voor flink verlies aan kwaliteit en opbrengst
Droogte zorgt voor flink verlies aan kwaliteit en opbrengst

Tijdens de top van het neerslagtekort daalde op de droogste maispercelen de verwachte maisopbrengst met 2,5 ton droge stof per hectare in een week. Dat bleek uit een analyse die maisveredelaar Limagrain uitvoerde met gegevens uit het programma Agrility. 

Agrility is een digitaal programma dat met behulp van satellietbeelden, bodem- en weerdata en gegevens over zaaidata en het groeimodel van het maisras helpt om meer inzicht te krijgen in de maisteelt en oogstplanning. ‘We zijn zes jaar geleden met het programma gestart en elk jaar krijgen we meer deelnemers. Dit jaar is het maisareaal dat we hiermee ondersteunen tussen de 6000 en 9000 hectare’, vertelt Theo Courtz, productmanager veehouderij bij Limagrain. 

‘We hebben 15 procent van de droogste percelen geselecteerd uit het programma. We zagen dat de verwachte opbrengst op deze percelen tijdens het hoogtepunt van het neerslagtekort met 2,5 ton droge stof naar beneden werd bijgesteld. Dat komt geheel voor rekening van de kolf. Door de droogte bleef de korrelvulling achter, terwijl de plant vegetatief gezien goed ontwikkeld was. Een tekort aan water heeft echt verstrekkende gevolgen.’

Grote verschillen in oogstmoment

Volgens Courtz zijn de er dit jaar opvallend grote verschillen in oogstmoment. ‘In Zeeland en delen van Brabant en Limburg is al veel mais geoogst. Maar op de kleigronden en in het noorden staat veel mais er nog prima bij en is deze nog niet oogstrijp. Al zijn die percelen voor 1 oktober ook echt wel ingekuild.’

Deelnemers van de MaisChallenge laten hun mais beoordelen op droge stof en kwaliteit (foto: Limagrain)
Deelnemers van de MaisChallenge laten hun mais beoordelen op droge stof en kwaliteit (foto: Limagrain)

Vroege rassen dit jaar de hoogste kwaliteit

Courtz deed zijn uitspraken tijdens de Masterclass van de Maischallenge, een initiatief van Limagrain en het NAJK. Deelnemers konden hun eigen mais meenemen naar de Masterclass in Rhenen en laten testen op kwaliteit. Diverse planten waren al rijp of bereiken binnen een week het gewenste drogestofpercentage van ongeveer 38 procent. 

‘Dit jaar zien we op de proefvelden dat de maiskolven bij de vroege maisrassen het beste gevuld zijn’, vertelde Patrick Boosten, teeltspecialist bij Limagrain. ‘Vroege maisrassen bloeien eerder en hadden op het juiste moment nog voldoende vocht voor de kolfzetting. Bij de latere rassen was op het moment van bestuiving en korrelvorming minder of te weinig vocht aanwezig. Onze verwachting is dat de vroege rassen dit jaar hogere voederwaarden en meer zetmeel zullen bevatten dan de latere rassen.’