Veehouders positief over weidepremie voor jongvee
Een weidepremie voor het weiden van jongvee kan op brede steun van melkveehouders rekenen. Dat blijkt uit een landelijk onderzoek onder 742 melkveehouders, uitgevoerd door Geelen Consultancy. Het onderzoek gebeurde in opdracht van het project Jong gegraasd, oud gedaan (onderdeel van de werkgroep Meerweiden).
Volgens het onderzoek weidt 70 procent van de melkveehouders al jongvee. Toch vinden veel van hen dat er te weinig waardering is voor de extra inspanning die dat vraagt. Meer dan de helft (56 procent) ziet een weidepremie als de belangrijkste stimulans om jongvee vaker en langer buiten te laten lopen. 46 procent noemt financiële prikkels een echte ‘gamechanger’ en 52 procent pleit expliciet voor een aparte premie voor jongvee.
De projectgroep Meerweiden benadrukt dat waardering beter werkt dan verplichting. ‘In het Convenant Dierwaardige Veehouderij wordt gesproken over een mogelijke verplichting, maar dit onderzoek laat zien dat belonen meer draagvlak heeft en in de praktijk beter werkt.’
Investeren in graasgedrag en diergezondheid
Hoewel de meeste boeren positief staan tegenover het weiden van jongvee, verwachten ze geen grote groei. Wie de mogelijkheid heeft, doet het al. Veehouders die jongvee weiden, zien het als onderdeel van goed vakmanschap en investeren ermee in diergezondheid en graasgedrag. Bedrijven met kavels dicht bij huis en een praktische weide-inrichting zijn het meest bereid om jongvee te laten grazen. Bedrijven met versnipperde percelen of beperkte arbeid zien het minder zitten.
Grootste drempels
De grootste drempels liggen in arbeid en organisatie. Het kost tijd om jongvee te verplaatsen en toezicht te houden. Daarnaast spelen verkaveling, weidegrond en mestregels een rol. In regio’s met wolven wordt veiligheid steeds vaker genoemd als belemmering, vooral vanwege extra afrastering en toezicht.