Gras

Weidegang gunstig voor levensduur koeien

Meer uren weidegang heeft een positief effect op veel duurzaamheidskenmerken
Meer uren weidegang heeft een positief effect op veel duurzaamheidskenmerken

Op bedrijven waar koeien veel uren weidegang krijgen, is de gemiddeld levensduur minimaal negen maanden hoger dan op bedrijven waar de koeien altijd op stal blijven. Ook op veel andere duurzaamheidskenmerken heeft meer uren weiden een positief effect.  

Uitzondering zijn de broeikasgasemissie per kg melk en het stikstofbodemoverschot. Het eerste kengetal was vaak hoger op bedrijven met veel weidegang. Voor het tweede waren de effecten niet eenduidig. Dit blijkt uit een analyse van PPP-Agro Advies van data uit de KringloopWijzer. 

Afvoerleeftijd lager bij opstallers

De onderzoekers vergeleken de data van meer dan 5200 bedrijven, die ze indeelden in drie groepen op basis van melkproductie per hectare. Binnen deze groepen werden bedrijven vergeleken op basis van uren weidegang. Van nul (volledig opstallen) tot meer dan 2500 uur per jaar. Voor alle drie groepen stijgt de gemiddelde afvoerleeftijd van de koeien met het aantal uren weidegang. Bij de opstallers in de middengroep werden de koeien bijvoorbeeld 70 maanden oud, waar de koeien op bedrijven met meer dan 2500 uur weidegang gemiddeld 11 maanden langer bleven lopen. Op de extensieve bedrijven was de afvoerleeftijd respectievelijk 72 en 81 maanden. 

Bedrijven met meer weidegang hadden gemiddeld minder jongvee. Zo hadden de opstallers in de middengroep gemiddeld 6 stuks jongvee per 10 melkkoeien, waar dit kengetal voor de veelweiders uitkwam op 4,8 stuks jongvee per 10 melkkoeien.

Meer eiwit van eigen land

Meer uren weidegang had ook een positief effect op andere duurzaamheidskenmerken. Zo daalde de ammoniakemissie met het aantal uren weidegang voor alle intensiteitsgroepen. Zo kwamen extensieve opstallers gemiddeld uit op 54 kg NH per hectare, waar bedrijven met veel weidegang een emissie van 40 kg NH per hectare realiseerden. Ook het kengetal eiwit van eigen land werd positief beïnvloed door het aantal uren weidegang, net als het aandeel blijvend grasland.

Veel weiden niet gunstig voor broeikasgas

Voor de broeikasgasuitstoot per kg meetmelk waren de verschillen tussen de intensiteitsklassen niet eenduidig. Zo realiseerden de intensieve bedrijven met gemiddeld ongeveer 900 gram CO-equivalenten per kg meetmelk, de laagste koolstofvoetafdruk. Maar de verschillen tussen weideganggroepen waren beperkt. In de middengroep was de broeikasgasuitstoot hoger bij veelweiders (961 gram CO-equivalenten per kg meetmelk) dan bij opstallers (1030 gram). Voor de extensieve bedrijven kwamen deze getallen uit op respectievelijk 1044 en 1124 gram CO-equivalenten per kg meetmelk.

Stikstofbodemoverschot niet eenduidig

Voor de intensieve bedrijven was het stikstofbodemoverschot bij veelweiders duidelijk lager dan bij opstallers. Voor de middengroep was het effect omgekeerd. Waar de opstallers uitkwamen op 118 kg stikstof per hectare, zaten de bedrijven met meer dan 2500 uur weidegang gemiddeld op 134 kg stikstof per hectare. Voor de extensieve bedrijven waren de verschillen in stikstofbodemoverschot tussen opstallers en weiders beperkt.

Nog steeds breed draagvlak

Het onderzoek van PPP-Agro Advies vond plaats in opdracht van het ministerie van LVVN en was erop gericht om kansen en belemmeringen rond weidegang in beeld te brengen. Naast een analyse van data uit de KringloopWijzer is een literatuurstudie gedaan, werden gesprekken gevoerd met experts en is een landelijke enquête onder melkveehouders gehouden. Volgens de uitvoerders laat het onderzoek zien dat weidegang binnen de Nederlandse melkveehouderij nog steeds breed wordt gedragen en ook binnen moderne bedrijfssystemen goed mogelijk blijft. ‘Tegelijkertijd ervaren melkveehouders toenemende druk vanuit regelgeving, mestbeleid, arbeid en economische randvoorwaarden’, concluderen ze.

Klik hier om het volledige onderzoeksrapport te downloaden