Gras

Relatie weiden, productie en gezondheid is complex

Weidegang leidt niet automatisch tot een betere of slechtere diergezondheid
Weidegang leidt niet automatisch tot een betere of slechtere diergezondheid

De relatie tussen beweiding, productie en diergezondheid is complexer dan vaak wordt aangenomen. Elke vorm van weidegang blijkt zowel positieve als negatieve effecten te hebben op de gezondheid en productie van melkkoeien, al zijn de effecten doorgaans relatief klein.

Dat blijkt uit onderzoek van promovendus Iris de Munck van de vakgroep bedrijfseconomie van Wageningen UR. Zij onderzocht op basis van data van 70 Nederlandse melkveebedrijven de relatie tussen graasintensiteit en graasduur op de productie en gezondheid van melkkoeien. 

De Munck analyseerde verschillende vormen van beweiding, waaronder het aantal weide-uren, het aantal weidedagen en de intensiteit van begrazing. Gemiddeld liepen koeien 187 dagen per seizoen buiten, met dagelijks 8,8 uur weidegang. Sommige bedrijven kwamen uit op ruim 17 uur per dag. In totaal varieerde het aantal weide-uren per seizoen van 690 tot bijna 4.000 uur.

Graasintensiteit en -duur hebben invloed op vet- en eiwitgehalten

Het onderzoek laat zien dat de gemiddelde melkproductie tijdens het weideseizoen licht daalde. De BSK nam af van 42,3 voor het weideseizoen naar 41,8 tijdens het weideseizoen. Duizend extra weide-uren hing samen met een ongeveer 0,7 kg lagere BSK. Koeien met onbeperkte weidegang hadden over een meetinterval van vier tot zes weken gemiddeld 3,9 kg minder melk per koe. Tegelijkertijd steeg het vet- en eiwitgehalte bij meer weidedagen en weide-uren. 

Positieve en negatieve effecten op diergezondheid

Op het gebied van diergezondheid vond de onderzoeker gemengde resultaten. Het celgetal in de tankmelk steeg van gemiddeld 160.000 voor het graasseizoen naar 181.000 cellen per milliliter tijdens het weideseizoen. Dat wijst op een lichte verslechtering van de uiergezondheid. Het celgetal was het hoogst in de maand augustus. De Munck denkt echter dat andere factoren, zoals het seizoen, de temperatuur en het klimaat in de wei en stal, meer invloed hadden dan het aantal weidedagen en -uren. 

Opvallend is dat het aantal koeienuren per hectare  – berekend als het aantal koeien vermenigvuldigd met het aantal uren weidegang, gedeeld door het aantal beschikbare hectares – een positieve invloed had op het celgetal in de tankmelk. Per 1000 extra koeienuren per hectare daalde het celgetal in de tankmelk met zo’n 4 procent.

Minder mortellaro in weideseizoen

Onbeperkte beweiding bleek daarnaast verband te houden met meer antistoffen tegen longwormen, terwijl een hoger aantal koeienuren per hectare samenhing met meer antistoffen tegen de maag-darmparasiet O. ostertagi. Daartegenover stond een verbetering van de klauwgezondheid. Het aandeel bedrijven dat positief testte op antistoffen tegen bacteriën die betrokken zijn bij mortellaro, daalde van 30 voor het weideseizoen naar 20 procent tijdens het weideseizoen.