Gras

Gras-kruidenmengsel verslaat raaigras in opbrengst en stikstofefficiëntie

Uit de resultaten blijkt dat mengsels met zes soorten – twee soorten gras, twee soorten klaver en twee soorten kruiden – gemiddeld 7 procent opbrachten dan eenvoudigere mengsels met een soort gras, een soort klaver en een soort kruid
Mengsels met zes soorten – twee soorten gras, twee soorten klaver en twee soorten kruiden – produceerden gemiddeld 7 procent meer dan eenvoudigere mengsels met een soort gras, een soort klaver en een soort kruid

Productief kruidenrijk grasland levert gemiddeld 11 procent meer droge stof op dan enkel Engels raaigras, terwijl er zo’n 150 kg minder stikstof nodig is. 

Dat blijkt uit internationaal onderzoek van het samenwerkingsverband LegacyNet, een netwerk dat zich richt op de voordelen van verhoogde soortendiversiteit in tijdelijk grasland binnen duurzame landbouwsystemen. De resultaten zijn gebaseerd op 26 proeflocaties wereldwijd, waaronder locaties in Europa, Noord-Amerika en Azië, waar combinaties van grassen, klavers en kruiden zijn onderzocht.

Grassoorten combineren met klavers en kruiden

In het onderzoek werden de samenstelling en verhoudingen van zes hoogproductieve voedergewassen op perceelniveau getest. Daarbij ging het om twee grassoorten (Engels raaigras en timothee), twee vlinderbloemigen (rode en witte klaver) en twee kruiden (cichorei en smalle weegbree). Hoewel de gekozen soorten per locatie konden verschillen door lokale omstandigheden, was er een sterke overlap in soorten tussen de proefvelden.

Op de proeflocaties werd gemiddeld 24 maanden lang geen of een matige hoeveelheid stikstofkunstmest toegepast. De resultaten van de mengsels werden vergeleken met een grasmonocultuur, meestal Engels raaigras, die juist een hoge stikstofgift kreeg, en met een eenvoudiger mengsel van Engels raaigras en witte klaver.

Positieve interacties tussen verschillende plantgroepen

Uit de resultaten blijkt dat er positieve interacties zijn tussen de verschillende plantengroepen, vooral tussen grassen en klavers en tussen klavers en kruiden. Deze positieve interacties waren nog sterker bij hoge temperaturen. Tussen grassen en kruiden was deze interactie minder groot. 

De combinaties versterken elkaar in groei en opbrengst. Dat komt volgens de onderzoekers doordat de soorten verschillende functies vervullen: klavers binden stikstof uit de lucht, terwijl grassen en kruiden deze extra stikstof benutten om meer biomassa te vormen. Ook worden door de combinatie van grassen, vlinderbloemigen en kruiden meer bodemvoedingsstoffen, water en licht benut, wat zorgt voor meer efficiëntie. Daarnaast lijken gemengde graslanden minder gevoelig voor plagen en ziekten dan monoculturen.

Meer soorten zorgen voor hogere opbrengst

De onderzoekers onderzochten ook of de opbrengst verhoogd kon worden door meer verschillende soorten grassen, klavers en kruiden te zaaien. Uit de resultaten blijkt dat mengsels met zes soorten – twee soorten gras, twee soorten klaver en twee soorten kruiden – gemiddeld 7 procent meer opbrachten dan eenvoudigere mengsels met een soort gras, een soort klaver en een soort kruid.

Optimale verhouding van klavers, grassen en kruiden

Om opbrengst en stikstofefficiëntie verder te optimaliseren, onderzochten de onderzoekers de beste verhouding tussen de verschillende functionele groepen in het grasland. Een optimale samenstelling per locatie is afhankelijk van lokale omstandigheden en het weer in het jaar van inzaai en het jaar daarna. Wel vonden de onderzoekers dat een verhouding van 30 tot 70 procent klavers, minimaal 15 procent grassen en minimaal 10 procent kruiden in veel mengsels beter presteerde dan een monocultuur. Een kanttekening hierbij is dat voor beweid grasland lagere aandelen klavers, zo’n 30 procent minder, geschikter zijn, terwijl meer klaver beter past in maaipercelen. 

Nederlands onderzoek bevestigd internationale bevindingen

Volgens Wageningen University & Research bevestigt Nederlands onderzoek deze bevindingen. Op proefbedrijf De Marke werd aangetoond dat een mengsel van Engels raaigras, kropaar, rietzwenk, smalle weegbree, chicorei en rode klaver in het derde jaar 1,1 ton meer droge stof produceerde dan puur Engels raaigras. Daarbij was 240 kg minder minerale stikstofkunstmest nodig en was de totale stikstofonttrekking 176 kg hoger.