Gras

Areaal blijvend grasland sinds 1980 gedaald met 43 procent

Het aandeel grasland in het totale Nederlandse landbouwareaal is tussen 1980 en 2025 gedaald van 59 naar 53 procent.
Het aandeel grasland in het totale Nederlandse landbouwareaal is tussen 1980 en 2025 gedaald van 59 naar 53 procent.

Het areaal blijvend grasland in Nederland is sinds 1980 met 43 procent afgenomen, terwijl het areaal tijdelijk grasland bijna verzesvoudigde.

Dit blijkt uit een rapportage van het Compendium voor de Leefomgeving dat is gebaseerd op cijfers van het CBS. 

Een vijfde grasland is tijdelijk

In 2025 was er in Nederland nog 950.000 hectare grasland, waarvan 202.000 hectare tijdelijk grasland (21 procent), 659.000 hectare blijvend grasland (69 procent) en 90.000 hectare natuurlijk grasland (9 procent).

Meer andere voedergewassen

Tussen 1980 en 2025 daalde het areaal grasland van bijna 1,2 miljoen hectare tot 950.000 hectare. In dezelfde periode daalde de totale oppervlakte land- en tuinbouw grond in Nederland met 226.000 hectare (-11 procent), dat wil zeggen gemiddelde ruim 5.000 hectare per jaar. De daling van het aandeel grasland ging gelijk op met een stijging van het aandeel akkerland, inclusief voedergewassen. Dit aandeel steeg van 35 naar 41 procent. Deze stijging kwam voor een groot deel voor rekening van de teelt van voedergewassen (voornamelijk mais) waarvan het aandeel steeg van 7 naar 11 procent.

Friesland grasrijkste provincie

Friesland was met 182.000 hectare in 2025 de provincie met de grootse oppervlakte grasland, gevolgd door Gelderland (149.000 hectare) en Overijssel (139.000 hectare). In Utrecht was het aandeel grasland in het totale landbouwareaal met 85 procent het grootst, gevolgd door Friesland (81 procent), Overijssel (71 procent) en Gelderland (67 procent). In de akkerbouwprovincies Flevoland en Zeeland was het aandeel grasland met 17 procent het laagst.