Gezondheid

Langer samenhouden koe en kalf heeft geen effect op gezondheid

Koeien die een kalf zogen laten in de melkstal de melk minder vlot schieten
Koeien die een kalf zogen laten in de melkstal de melk minder vlot schieten

Tot een week na de geboorte samenhouden van koe en kalf heeft geen effect op de melksamenstelling en de gezondheid van moeder en kalf. Wel laten koeien die kalveren zogen de melk minder goed schieten bij machinaal melken.

Deze conclusies trekken wetenschappers van Cornell University in de Amerikaanse staat New York uit een onderzoek naar het langer samenhouden van koe en kalf. De resultaten staan beschreven in een artikel in het wetenschappelijk tijdschrift Journal of Dairy Science.

Scheiden na 0, 3, 5 of 7 dagen

De onderzoekers vergeleken direct scheiden van koe en kalf na de geboorte met scheiden na 3, 5 en 7 dagen. De proefkoeien werden in individuele hokken gehuisvest en twee keer per dag gemolken in de melkstal. In totaal zaten er 23 holsteinkoeien met hun kalveren in de proef. Alle kalveren kregen handmatig een eerste biestgift van gemiddeld ruim 3 liter om er zeker van te zijn dat ze voldoende biest kregen. 

Geen verschillen in gezondheid koe en kalf

In het onderzoek werden tussen de groepen geen verschillen gevonden in uiergezondheid. De lengte van de zoogperiode had evenmin effect op de energiehuishouding van de koeien, die werd bepaald aan de hand van bloedwaardes. Bij de kalveren werden evenmin verschillen gevonden in gezondheidsscores of groei

Vaker verstoorde melkafgifte

Koeien die een kalf zoogden gaven in de melkstal (uiteraard) minder melk dan koeien waar het kalf direct na de geboorte werd weggehaald. Maar de verschillen verdwenen nadat koeien en kalveren werden gescheiden. Wel zagen de onderzoekers bij de koeien die een kalf zoogden vaker een zogenaamde ‘biomodale’ melkafgifte. Dat wil zeggen dat de melkstroom na aansluiten van de tepelbekers niet direct vlot op gang kwam. Volgens de onderzoekers heeft dit mogelijk te maken met een verminderde afgifte van het hormoon oxytocine. Ook zou het te maken kunnen hebben met een verminderde uiervulling.