Fokkerij

Helft roodbonte kalveren is nu hoornloos

Van alle in 2026 merkergeteste roodbonte kalveren was 42,5 procent heterozygoot hoornloos (Pp) en 7,5 procent homozygoot hoornloos (PP)
Van alle in 2026 merkergeteste roodbonte kalveren was 42,5 procent heterozygoot hoornloos (Pp) en 7,5 procent homozygoot hoornloos (PP)

De introductie van het gen voor hoornloosheid in de Nederlands-Vlaamse roodbonte holsteinpopulatie verloopt in een hoog tempo. Van de merkergeteste kalveren is nu al de helft hoornloos.

Dit blijkt uit data van de Animal Evaluation Unit van Coöperatie CRV.

7,5 procent homozygoot hoornloos

Van alle in 2026 merkergeteste roodbonte kalveren was exact de helft drager van het gen voor hoornloosheid. Zo’n 42,5 procent van de kalveren was heterozygoot hoornloos (Pp) en circa 7,5 procent was homozygoot hoornloos (PP).

Zwartbont blijft achter

Bij zwartbont is het percentage hoornloze dieren nog een stuk lager. Van de merkergeteste kalveren was in 2026 tot nu toe ruim 10 procent heterozygoot hoornloos (Pp) en nog geen procent homozygoot hoornloos (PP). Bij de zwartbonte kalveren met de roodfactor lag het aandeel op respectievelijk 26,8 en 2,5 procent. Over alle kalveren (rood- en zwartbont) samen was het aandeel hoornloze kalveren bijna 24 procent.

Verspreiding in hoog tempo

De verspreiding van het hoornloosheidsgen verloopt in de Nederlands-Vlaamse roodbonte holsteinpopulatie in een hoog tempo. Tien haar geleden was nog maar net iets meer dan 7,5 procent van de kalveren hoornloos, daarna daalde het zelfs en vijf jaar geleden was dit percentage weer opgelopen tot bijna 17 procent. Vorig jaar hoefde al bijna 42 procent van de roodbonte kalveren niet meer onthoornd te worden.