Fokwaarden voor vruchtbaarheid bepalen succes van embryo-ontwikkeling
Fokwaarden voor vruchtbaarheidskenmerken bij melkvee hebben een duidelijke invloed op het succes van embryo-ontwikkeling en dracht. Koeien en vaarzen met hogere fokwaarden voor vruchtbaarheidswaarden produceren beter ontwikkelde embryo’s en hebben een hogere kans op een succesvolle dracht.
Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Wisconsin waarbij duizenden embryo’s en embryotransplantaties zijn geanalyseerd.
Betere embryo-ontwikkeling bij hogere HCR
Het onderzoek richtte zich op de twee kenmerken Daughter Pregnancy Rate (DPR) en Heifer Conception Rate (HCR). Embryo’s afkomstig van donoren met hoge fokwaarden voor HCR en DPR hadden een grotere kans om zich succesvol te ontwikkelen tot een vroeg embryo, een zogenaamde blastocyst. Per punt stijging in fokwaarde HCR verbeterde het blastocystpercentage met 2,97 procentpunt. Per punt stijging in fokwaarde DPR steeg dit percentage met 1,88 procentpunt.
Enkel duidelijke verbanden bij ontwikkeling in donor
Opvallend is dat deze positieve effecten vooral zichtbaar waren bij embryo’s die zich in de donor zelf ontwikkelden. In laboratoriumomstandigheden werd geen duidelijk verband gevonden tussen fokwaarden voor vruchtbaarheid en embryo-ontwikkeling. Volgens de onderzoekers komt dit doordat de kunstmatige omgeving verschillen tussen dieren deels maskeert, terwijl in het lichaam van het dier juist genetische voordelen tot uiting komen.
Ook genetica embryo draagt bij aan succes dracht
Daarnaast bleek dat niet alleen de donor, maar ook het embryo zelf genetisch bijdraagt aan het succes van de dracht. Embryo’s met hogere HCR-fokwaarden hadden een grotere kans om zich te ontwikkelen tot een levensvatbaar kalf, ongeacht of ze werden geplaatst bij een vaars of een koe. Hogere HCR- en DPR-fokwaarden zorgden bovendien voor een hoger percentage geboren kalveren.