Liquiditeitsmarge daalt ruim 7 euro door minder melkgeld en meer belasting
Ondanks een stijging van de gemiddelde productie met 600 kg melk per koe en betere technische resultaten, staat de liquiditeitsmarge van melkveebedrijven sterk onder druk. Deze daalde in de afgelopen maanden van 9,64 naar 2,38 euro per 100 kg melk.
De lagere melkprijs en een hoge belastingdruk zijn de belangrijkste oorzaken voor de teruglopende kaspositie van melkveehouders, constateert accountantsorganisatie aaff op basis van cijfers over het rollend jaargemiddelde tot en met juni 2026.
600 kg meer melk per koe
Het gemiddelde melkveebedrijf dat de boekhouding laat verwerken door aaff, produceerde in de twaalf maanden voorafgaand aan 1 juli 2026 ruim 1,29 miljoen kg melk. Een jaar eerder was dat nog 1,21 miljoen kilogram. Deze hogere bedrijfsproductie is vooral het resultaat van een sterke stijging van de gemiddelde melkproductie per koe. Die kwam uit op 10.166 kg melk. Dat is bijna 600 kg meer dan een jaar geleden. Van extensivering is zeker nog geen sprake. De intensiteit steeg van gemiddeld 18.794 naar 19.830 kg melk per hectare. Het celgetal daalde licht naar 168 en het ureumgehalte daalde van 19,0 naar 18,4.
8,50 euro per 100 kg minder melkgeld
Als gevolg van de lagere melkprijs daalde de gemiddelde melkopbrengst ten opzichte van een jaar eerder met bijna 8,50 euro van 57,56 naar 49,08 euro per 100 kg melk. Een deel van de lagere melkinkomsten werd gecompenseerd door hogere overige opbrengsten, vooral als gevolg van een betere rundvleesmarkt. Zo stegen de opbrengsten uit omzet en aanwas van 4,55 naar 6,60 euro per 100 kilogram melk.
Saldo 6 euro lager
Het gemiddelde saldo uit melkvee over de afgelopen twaalf maanden daalde met ruim 6 euro per 100 kilogram melk en kwam uit op 26,67 euro per 100 kilogram melk. Een jaar eerder was dat nog 32,74 euro per 100 kilo melk. De totale voerkosten daalden weliswaar van 23,27 naar 22,33 euro per 100 kg melk, vooral door lagere kosten voor aangekocht krachtvoer. Maar hier stonden meerdere hogere kostenposten tegenover. Zo stegen de mestafzetkosten van 2,07 naar 2,68 euro per 100 kilogram melk en de niet-toerekenbare variabele kosten van 8,38 naar 8,88 euro per 100 kilo melk, onder andere door hogere lease- en onderhoudskosten. Het fiscale resultaat exclusief incidentele posten daalde van 15,35 naar 8,05 euro per 100 kilo melk.
Liquiditeitsmarge ruim 7 euro lager
Door de lagere kosten daalde de gemiddelde kritieke melkopbrengst van 47,92 naar 46,70 euro per 100 kilogram melk. Maar de gerealiseerde melkopbrengst daalde veel sterker. Hierdoor liep de liquiditeitsmarge terug van 9,64 naar 2,38 euro per 100 kg melk. Daarnaast zorgde de fiscale afrekening over 2025 voor extra druk op de kasstroom. De betaalde belastingen stegen van 0,97 naar 1,65 euro per 100 kilogram melk. Voor veel melkveebedrijven betekent dit dat er minder ruimte is voor investeringen, extra aflossingen of het opvangen van financiƫle tegenvallers.
Beste bedrijven 5 euro lagere kritieke melkprijs
Aaff zag opnieuw grote verschillen tussen bedrijven. De 25 procent best presterende bedrijven realiseerden een kritieke melkopbrengst van 41,34 euro per 100 kg melk. Dat is ruim 5 euro lager dan het gemiddelde. De liquiditeitsmarge van deze bedrijven kwam uit op 6,83 euro per 100 kilogram melk. Dat is bijna drie keer zo hoog als het gemiddelde. De best presterende bedrijven produceerden niet intensiever, maar realiseerden vooral lagere eigen voerkosten, lagere mestafzetkosten en ook de overige bedrijfskosten waren op deze bedrijven lager.