Natuurorganisaties willen snellere vernatting van veengebieden
Europese veengebieden moeten sneller worden hersteld en vernatten is daarbij een belangrijke oplossing. Dat was de boodschap tijdens de internationale conferentie Power to the Peatlands 2026, die van 2 tot en met 4 september plaatsvond in Den Bosch. Dat deelt organisatie Natuurmonumenten.
Ruim 700 deelnemers uit verschillende Europese landen wisselden er kennis uit over het herstel van veengebieden.
Helft veengebieden nu gebruikt door landbouw
Veengebieden komen verspreid over Europa voor. In de Europese Unie bestaat ongeveer 6 procent van het landoppervlak uit veen. De helft daarvan is drooggelegd en wordt gebruikt voor landbouw en bosbouw, melden de natuurorganisaties. Door droogte, klimaatverandering en intensief landgebruik staan deze gebieden onder druk. Drooglegging zorgt bovendien voor extra CO₂-uitstoot, bodemdaling en problemen met de beschikbaarheid van water.
Natte veengebieden slaan koolstof op
Juist daarom is herstel volgens de organisatoren belangrijk. Natte veengebieden kunnen water vasthouden in droge perioden, koolstof opslaan en leefruimte bieden aan zeldzame planten en dieren. Bovendien verkleint vernatting het risico op veenbranden. Aanleiding voor de urgentie zijn onder meer de droge zomer en de recente veenbrand in België. ‘Natte veengebieden branden immers niet’, zegt Jeroen de Koe, directeur natuur van Natuurmonumenten.
Landbouw speelt een belangrijke rol in de discussie. Veel veengronden worden nu voor landbouw gebruikt, terwijl ontwatering nodig is om ze daarvoor geschikt te maken. Volgens Natuurmonumenten betekent vernatten niet dat landbouw overal moet verdwijnen. Ook op nat veen zijn andere vormen van landbouw mogelijk, stelt de organisatie. Het noemt planten die kunnen worden gebruikt voor bijvoorbeeld isolatiemateriaal als voorbeeld.
Deens landbouwbeleid als voorbeeld
Denemarken werd tijdens de conferentie genoemd als voorbeeld van een andere aanpak. Daar werd in 2024 afgesproken om 140.000 hectare laaggelegen landbouwgrond, veelal voormalige veengronden, permanent uit productie te nemen en om te vormen tot wetlands, bos en natuur. Boeren worden hiervoor financieel gecompenseerd en kunnen hun laaggelegen veengrond ruilen voor landbouwgrond elders.
Nederland moet sneller keuzes maken
Natuurmonumenten vindt dat ook in Nederland sneller keuzes moeten worden gemaakt. De organisatie pleit voor meer water vasthouden, het tegengaan van verdroging en het verlagen van stikstofdepositie. Europese landen werken ondertussen aan de uitvoering van de Natuurherstelverordening, die het herstel van aangetaste natuur moet versnellen. Volgens De Koe gaat dat herstel momenteel nog niet snel genoeg.