Eigen methaanmeting aan stieren niet bruikbaar in fokkerij
Stieren die zelf weinig methaan uitstoten geven die eigenschap niet per se door aan hun melkgevende dochters. Dat blijkt uit een meerjarig onderzoek in Nieuw-Zeeland van de ki-organisaties LIC en CRV.
In de eerste fase van het onderzoek kwam naar voren dat er tussen jonge stieren in de opfokperiode grote verschillen bestaan in methaanproductie. Zo scheidden sommige stieren 15 tot zelfs 20 procent minder methaan uit dan gemiddeld. De groep stieren met een lage emissie scoorde 18 gram methaan per kg droge stof, terwijl de groep met hoge emissie kwam tot 28 gram methaan per kg droge stof.
Geen verschillen bij melkgevende dochters
De hoop was dat het mogelijk zou zijn om koeien met een lage methaanemissie te fokken door stieren met een lage methaanemissie te selecteren. In eerste instantie leken de stieren deze genetische aanleg voor minder methaanuitstoot ook door te geven aan hun opgroeiende nakomelingen. Maar bij melkgevende dochters kwamen de verschillen in methaanemissie niet tot uiting.
‘Ook al is de uitkomst teleurstellend, de resultaten zijn toch waardevol’, zegt Naomi Parker van het Nieuw-Zeelandse Ag Emissions Centre, dat het onderzoek financierde. ‘Genetica kan nog steeds een belangrijke rol spelen bij het verminderen van de bruto methaanuitstoot. We overwegen nu een andere aanpak, die waarschijnlijk gericht is op het meten van de methaanproductie van melkkoeien.’
Mogelijk wel waardevol voor vleesveesector
De uitkomst van het onderzoek van LIC en CRV is mogelijk wel waardevol voor de vleesveesector, omdat stieren hun lagere methaanemissie wél lijken door te geven aan niet-melkgevende nakomelingen. Dat is relevant omdat in Nieuw-Zeeland zeventig procent van de vleesveestapel uit de melkveesector komt.
Fokwaarden voor methaan
In Nederland en Vlaanderen publiceert Coöperatie CRV sinds april 2025 fokwaarden methaan. Daarbij is – anders dan in het Nieuw-Zeelandse onderzoek – juist gebruikgemaakt van metingen aan melkkoeien en niet aan stieren. Voor de fokwaarden zijn data verzameld van de methaanuitstoot van meer dan 12.000 koeien op een honderdtal bedrijven. De uitstoot werd vastgelegd met zogeheten ‘sniffers’ en ‘greenfeeds’, apparaten die de uitgeademde lucht van koeien analyseren en onder meer methaan meten.
De gemiddelde holsteinkoe in Nederland en Vlaanderen produceert dagelijks ongeveer 435 gram methaan. Door een stier gebruiken met een fokwaarde methaan van 104 zal de nakomeling gemiddeld 18 gram minder methaan per dag uitstoten dan haar moeder.