Uitwisselen kalverdata wacht op actie
‘De noodzaak om de overdracht van kalveren van de melkveehouderij naar de kalverhouderij beter op elkaar af te stemmen wordt alleen maar groter.’
Dit zegt Teus Kreuger, voorzitter van de vakgroep kalverhouderij van LTO Nederland, in het juninummer van Veeteelt in een achtergrondartikel over de samenwerking tussen melkveehouders en kalverhouders.
Verschillen in vitaliteit
Kalverhouders en handelaren zien grote verschillen in vitaliteit tussen kalveren van verschillende veehouders. Dat meer communicatie en uitwisselen van data tussen melkveehouders en kalverhouders beter presterende kalveren oplevert, bewijzen projecten als MKD Driehoek van vleeskalverintegratie Fuite en Programmakalf van Denkavit. Toch komt structurele samenwerking tussen sectoren nog moeizaam van de grond.
Wie betaalt?
‘De kalversector legt veel data vast, net als de melkveesector. En we hebben met het Kalfvolgsysteem een basis die verder uitgebouwd zou kunnen worden’, stelt Kreuger vast. ‘Maar bouwen en onderhouden van dataplatforms kost veel geld. De vraag is wie daarvoor wil betalen’. Daarbij is de uitwisseling van data volgens de vakgoepvoorzitter, vanwege privacywetgeving, afhankelijk van de medewerking van individuele ondernemers.
Wel vooruitgang
Kreuger benadrukt dat veranderingsprocessen tijd kosten maar hij ziet wel degelijk vooruitgang in de samenwerking tussen de sectoren. ‘De noodzaak om de overdracht van kalveren goed op elkaar af te stemmen, bijvoorbeeld met een opfokprotocol, wordt alleen maar groter’, stelt hij. ‘Zeker als kalveren vanaf 2028 pas op een leeftijd van 28 dagen op transport mogen.’
Een uitgebreid achtergrondartikel over de samenwerking tussen kalverhouders en melkveehouders is te lezen in het juninummer van Veeteelt dat eind deze week verschijnt.