Vleesproductie

Kalverimport blijft dalen

Duitsland is en blijft veruit het belangrijkste herkomstland van kalveren die worden geïmporteerd voor de Nederlandse kalverhouderij
Duitsland is en blijft veruit het belangrijkste herkomstland van kalveren die worden geïmporteerd voor de Nederlandse kalverhouderij (foto ter illustratie)

De import van kalveren voor de Nederlandse vleeskalverhouderij ligt dit jaar op het laagte niveau van de afgelopen tien jaar.

Dit blijkt uit cijfers van RVO.

Piek op 400.000

In de eerste 23 weken van dit jaar kwamen in totaal bijna 313.000 kalveren de Nederlandse grens over. Dat waren er ruim 10.000 minder dan in dezelfde periode vorig jaar, ruim 40.000 minder dan in 2024 en zelfs bijna 60.000 minder dan in de eerste 23 weken van 2023. Ook in de zeven jaren daarvoor werden structureel meer kalveren geïmporteerd, met een piek in 2019 met meer dan 400.000 kalveren.

Duitsland blijft grootste leverancier

Duitsland is en blijft veruit het belangrijkste herkomstland van kalveren die worden geïmporteerd voor de Nederlandse kalverhouderij. In de eerste 23 weken van dit jaar kwamen ruim 191.000 kalveren van over de oostgrens.

Nog 80.000 Ierse kalveren

De import uit Ierland bedroeg bijna 80.000 stuks en was daarmee zelfs nog wat hoger dan in de twee jaar daarvoor. In dezelfde periode in 2023 kwamen nog meer dan 100.000 Ierse kalveren naar Nederland. De derde en vierde grootste leverancier waren dit jaar Denemarken en België met respectievelijk zo’n 18.000 en 14.000 stuks. De import van kalveren uit de Baltische staten is vrijwel opgedroogd. 

In het juninummer van Veeteelt is een achtergrondverhaal te lezen over de uitwisseling van kalverdata tussen de melkveehouderij en de kalverhouderij. De nieuwe Veeteelt verschijnt eind deze week.