Ruwvoer

Limagrain: ‘Ruim de helft van de mais is nog niet gezaaid’

regen
In Zuid-Nederland en Vlaanderen heeft het de afgelopen week nog flink geregend

Ruim meer dan de helft van de Nederlandse en Vlaamse boeren heeft nog geen mais gezaaid. Dat schat Jan Roothaert, productmanager veehouderij bij Limagrain. 

De boosdoener is het ultranatte voorjaar. ‘De regio van Midden- tot Noord-Nederland komt er relatief nog het best vanaf’, vertelt Roothaert. ‘Daar konden sommige veehouders afgelopen week al gras inkuilen.’ 

In Zuid-Nederland en Vlaanderen is de situatie anders. ‘Afgelopen tien dagen is hier zowat 55 millimeter water gevallen’, zegt Roothaert, die in de Vlaamse Kempen woont. ‘In normale jaren racet het water zo door de droge Kempische zandgrond heen. Maar dit jaar is de bodem extreem verzadigd met water. Echt uitzonderlijk.’ Hij schrijft dit toe aan de langdurige regenval vanaf oktober. 

Beste plek voor mais is nu in de zak

Boeren kunnen het land niet op en worden ongeduldig. ‘Als adviseur is het makkelijk te zeggen om geduld te hebben’, geeft hij toe. ‘Toch is het niet verstandig om met veel geweld bij nattigheid op het land te rijden. Dat zie je naderhand nog zeker vijf jaar aan je bodemstructuur.’ 

Daarnaast win je ook niks als je mais zaait in een koude, vochtige bodem. De plant heeft een bodemtemperatuur van 10 à 12 graden nodig om goed te kiemen. ‘De beste plek voor mais nu is in de zak en niet in de grond’, geeft Roothaert aan. 

Ultravroeg ras overwegen en dunner zaaien

Kan een veehouder zijn mais binnen twee à drie weken nog zaaien, dan ziet Roothaert het goedkomen. ‘Maar zaai je pas eind mei of begin juni, dan raad ik aan om een ultravroeg ras te overwegen’, zegt Roothaert. ‘Mais is namelijk een C4-plant en reageert op daglengte. Voor de langste dag van het jaar groeit het gewas vooral goed vegetatief en creëert het veel bladmassa. Worden de dagen na 21 juni korter, dan schakelt de plant over naar een generatieve groei. Vanaf dat moment vormt het gewas de pluim en de kolf.’ 

Als mais te laat gezaaid wordt, heeft deze zo onvoldoende tijd om zich te ontwikkelen. Dit kan nadelig zijn voor de opbrengst en kwaliteit. ‘Bij later zaaien van een ultravroeg ras is er wat kans dat  je  inboet in opbrengst’, vervolgt hij. ‘Maar het behoud van kwaliteit, zoals het zetmeelgehalte, is dan wel een stuk beter.’ 

Minder korrels per hectare

De adviseur weet dat dit advies enige nuance nodig heeft. ‘Ik wil geen paniek zaaien, waardoor iedereen nu naar een ultravroeg ras grijpt. Maar voor boeren die echt laat gaan zaaien is het wel aan te raden.’ 

Ook raadt hij aan om bij laat zaaien minder korrels per hectare te zaaien. ‘Denk daarbij aan 90.000 of 95.000 korrels per hectare in plaats van 100.000 korrels per hectare’, stelt Roothaert. ‘Dat zorgt voor minder concurrentie, waardoor de plant zich sneller en beter ontwikkelt.’ 

Groenbemester van het land halen

Door de nattigheid zijn de groenbemesters niet op tijd ingewerkt. Hierdoor komen er hier en daar al wat groenbemesters, zoals snelle lenterogge, in de pluim. ‘Zo'n dikke snedes vangewassen kan je niet onderwerken’, vervolgt Roothaert. ‘En doe je dat toch, dan krijg je een natte storende laag in de ondergrond. Die laag neemt vocht op en mineraliseert niet op tijd. Voor de nutriëntenvoorziening voor de plant levert dat geen enkel voordeel op.’ Hij raadt aan om zulke groenbemesters als het kan te maaien en weg te halen. 

Hopen op een zonnige zomer

‘Ik weet dat het allemaal makkelijker gezegd is dan gedaan’, zegt Roothaert. ‘Het advies moet natuurlijk in de praktijk werken.’ Het voornaamste blijft nu wachten op beter weer. In het ideale scenario wordt de zomer erg zonnig. ‘Bij goed weer en een vochtvoorziening als deze groeit mais als een speer’, aldus Roothaert.