Maatschappij

ING: ‘Zuivelverwerkers verdienen klimaatpremies nog niet terug’

Volgens de onderzoekers van ING zijn broeikasgasemissies op melkveebedrijven verantwoordelijk voor 65 tot 80 procent van alle emissies van gras tot glas
Volgens de onderzoekers van ING zijn broeikasgasemissies op melkveebedrijven verantwoordelijk voor 65 tot 80 procent van alle emissies van gras tot glas

Het lukt zuivelverwerkers tot nu toe nog niet om klimaatpremies voor boeren terug te verdienen in de markt.

Dit stelt Thijs Geijer van ING Research in een visie op de zuivelmarkt. Volgens de econoom is een lage broeikasgasemissie voor de meeste consumenten nog geen belangrijk argument bij de aankoop van zuivelproducten.

Gemiddeld min 38 procent in 2030

Bijna alle grote zuivelverwerkers in Europa, Noord-Amerika, Nieuw-Zeeland. Australië en Nieuw-Zeeland hebben concrete doelen gesteld voor het verlagen van de broeikasgasuitstoot per kg melk. Gemiddeld is dat 38 procent in 2030 ten opzichte van 2020. Maar de variatie is groot. Zo willen de meest ambitieuze verwerkers in 2030 tot wel 80 procent minder broeikasgas produceren.

65 tot 80 procent emissies op boerderij

Vergaand terugdringen van de broeikasgasproductie lukt zuivelverwerkers niet met enkel maatregelen in de eigen bedrijfsvoering. Volgens de onderzoekers van ING zijn broeikasgasemissies op melkveebedrijven verantwoordelijk voor 65 tot 80 procent van alle emissies van gras tot glas. Om boeren te belonen voor hun inspanningen zijn premies op de melkprijs nodig. Aangezien op de internationale markt voor zuivelproducten zeer sterk wordt geconcurreerd op prijs, zullen verwerkers deze premies uiteindelijk moeten doorberekenen in de prijs. Volgens ING lukt dit zuivelbedrijven in Scandinavië en Noordwest-Europa tot nu toe beter dan verwerkers elders in de wereld. 

Vraag naar melk met 0,6 tot 0,8 CO2-equivalenten

ING ziet voor zuivelverwerkers twee mogelijkheden om broeikasgaspremies terug te verdienen. De eerste is door deze mee te nemen in de afspraken met zakelijke klanten. Wat daarbij helpt is dat ook A-merkfabrikanten, retailers en foodservicebedrijven eigen reductiedoelstellingen hebben en hun zuivelleverancier nodig hebben om deze te realiseren. ING verwacht dat zakelijke klanten in 2030 melk zoeken met een koolstofvoetafdruk van 0,6 tot 0,8 kg CO2-equivalenten per kg melk. Nu ligt dit kengetal in Nederland en België nog rond de 1,0. Zuivelbedrijven die melk met een lage koolstofvoetafdruk kunnen aanbieden hebben dus een concurrentievoordeel. 

Geen grote prijsstijging op korte termijn

Een andere mogelijkheid om broeikasgaspremies door te berekenen is om deze te verwerken in duurzaamheidsconcepten voor de consument. CO2-reductie is volgens ING op zichzelf voor consumenten echter geen belangrijke drijfveer voor hun koopgedrag. Daarvoor zijn prijs, smaak en gezondheid veel belangrijker. Uiteindelijk zullen de klimaatdoelstellingen van de zuivelindustrie leiden tot hogere prijzen voor de consument. Maar op korte termijn zullen zuivelverwerkers nog moeite hebben om klimaatpremies terug te verdienen in de markt.