Gras

Eerder maaien voor een lagere methaanuitstoot

Vroeger ingekuild gras bevat minder NDF en zou kunnen leiden tot minder methaanuitstoot
Vroeger ingekuild gras bevat minder NDF en zou kunnen leiden tot minder methaanuitstoot

Het project Koeien en Kansen onderzoekt de impact van ruwvoerkwaliteit op de methaan- en ammoniakemissie uit de melkveehouderij. Hierbij kan het maaimoment van gras of het oogstmoment van mais invloed hebben.

Uit eerder onderzoek blijkt dat 60 tot 70 procent van de methaanemissie door fermentatie afkomstig is van ruwvoeders uit de pens. Maar hoe er precies gestuurd kan worden op methaanemissie uit ruwvoer is vaak nog onduidelijk. In het onderzoek wordt gekeken op welke manier de kwaliteit van ruwvoer emissie beïnvloedt en hoe er te sturen is.

Liever een lage NDF

Sturen zou onder andere mogelijk zijn door het maaimoment van gras naar voren te halen. Dit komt doordat de modellen waarmee de methaanemissie wordt berekend zich baseren op het NDF-gehalte. Een hoger NDF-gehalte betekent een hogere methaanemissie. Als gras eerder gemaaid wordt, is het NDF-gehalte lager. Voor maiskuil geldt eenzelfde principe, maar daar is ook het zetmeelgehalte van belang. Bij een latere oogst is het zetmeelgehalte hoger, wat potentieel tot een lagere uitstoot van methaan kan leiden. 

Emissie-kengetallen

Vijf Koeien en Kansen-bedrijven doen mee aan de proef, die de helft van de gras en mais op het gewoonlijke tijdstip gaan oogsten en de andere helft eerder of juist later inkuilen. De emissie van de kuilvoeders wordt vervolgens in de praktijk onderzocht op Dairy Campus. Verder wordt samen met Eurofins gekeken of er emissie-kengetallen aan ruwvoerresultaten gehangen kunnen worden, om zo meer duidelijkheid te geven over de emissie van ruwvoer.