Fokkerij

Tot 130 kg minder melkverlies door fokken op veerkrachtindex

Koeien met een hoge genetische aanleg voor veerkracht produceren stabieler, zijn gezonder en hebben een langere levensduur.
Koeien met een hoge genetische aanleg voor veerkracht produceren stabieler, zijn gezonder en hebben een langere levensduur

Bij de indexdraai van april introduceert Coöperatie CRV de veerkrachtindex. 

Deze index maakt het mogelijk om koeien te fokken die minder gevoelig zijn voor schommelingen in productieomstandigheden. Het verschil in melkverlies tussen dochters van de hoogste en de laagste stieren voor veerkrachtindex kan oplopen tot bijna 130 kg melk per lactatie.

Meer veerkracht, stabielere productie

Koeien met meer veerkracht produceren stabieler, omdat ze minder last hebben van dips in de melkproductie als gevolg van verstoringen als hittestress, rantsoenwisselingen of een virusinfectie. Verschillen in veerkracht blijken deels erfelijk bepaald. Deze kennis is door de Animal Evaluation Unit (AEU) van Coöperatie CRV nu vertaald in een veerkrachtindex. 

Veerkracht is stabiliteit en herstel

Om fokwaarden voor veerkrachtkenmerken te berekenen maakt AEU gebruik van melkproductiedata van automatische melksystemen en melkstallen met elektronische melkmeters. Uit deze data wordt voor iedere koe een verwachte curve van de melkgift onder optimale productieomstandigheden berekend. Perioden waarin de gerealiseerde melkgift substantieel afwijkt van de verwachte melkgift, worden aangemerkt als productiedips. De veerkrachtindex is opgebouwd uit fokwaarden voor de kenmerken stabiliteit en herstel. Het eerste kenmerk is het aantal keren in een lactatie dat de productie van een koe tijdelijk achterblijft bij de verwachte melkgift. Het kenmerk ‘herstel’ is de lengte van de productiedip, dat wil zeggen het aantal dagen dat het duurt voordat de productie van een koe weer op het verwachte niveau is.

Hogere fokwaarde, minder dips

De veerkrachtindex wordt weergegeven als een relatieve index met een gemiddelde van 100. Dochters van stieren met een veerkrachtindex van meer dan 100 zijn genetisch veerkrachtiger dan gemiddeld, dochters van stieren met een fokwaarde van minder dan 100 zijn genetisch minder veerkrachtig. Dochters van een stier met een veerkrachtindex van 92 hebben per lactatie gemiddeld 4,2 productiedips, waarbij het gemiddeld 11,5 dagen duurt voordat de productie weer is hersteld. Bij dochters van een stier met een veerkrachtindex van 108 is dat gemiddeld 3,2 productiedips en 9,7 dagen. 

Tot 130 kg minder melkverlies

In een koppel koeien met een gemiddelde dagproductie van 30 kg melk verliezen de dochters van een stier met een veerkrachtindex van 92 circa 76 kg meer melk door productiedips dan dochters van een stier met een veerkrachtindex van 100. Dochters van een stier met een veerkrachtindex van 108 verliezen juist 53 kg minder melk. Dit betekent dat het verschil in melkverlies tussen dochters van de hoogste en de laagste stieren voor veerkrachtindex oploopt tot bijna 130 kg melk per lactatie.

Gezondere koeien met langere levensduur

De veerkrachtindex heeft een positieve genetische correlatie met fokwaarden voor gezondheidskenmerken en levensduur. Dit betekent dat veerkrachtige koeien stabieler produceren, maar ook gezonder zijn en langer blijven lopen. De genetische correlatie tussen veerkracht en melkproductie is negatief. Zouden veehouders uitsluitend fokken op productie, dan zou dat ten koste gaan van de veerkracht van hun veestapel. Maar veehouders hebben een breder fokdoel, waardoor de genetische aanleg voor veerkrachtkenmerken sinds 2005 gestaag is verbeterd.

Een uitgebreid achtergrondartikel over de veerkrachtindex is te lezen in het maartnummer van Veeteelt dat eind volgende week verschijnt.