Fokkerij

Fokwaarde zou aantal tweelingen kunnen verlagen

Bij koeien met twee of meer afkalvingen ligt het aandeel tweelinggeboorten op 4,3 procent
Bij koeien met twee of meer afkalvingen ligt het aandeel tweelinggeboorten op 4,3 procent

Van de ene stier kalven dochters duidelijk vaker af van een tweeling dan van de andere. Dat biedt kansen om via fokkerij het aantal tweelinggeboorten terug te dringen. 

Dat blijkt uit een onderzoek dat de Wageningse masterstudente Nathalie Roeterdink uitvoerde tijdens haar stage bij CRV. 

Negatieve gevolgen voor gezondheid

Het krijgen van een tweeling heeft vaak negatieve gevolgen voor de gezondheid van koeien. Vanwege die grote impact op de gezondheid van koeien besloot de afdeling Animal Evaluation Unit (AEU) van CRV uit te zoeken of het krijgen van een tweeling erfelijk is. De Wageningse masterstudente Nathalie Roeterdink ging met die vraag aan de slag.

Aandeel tweelinggeboorten: 3,3 procent

Gemiddeld resulteert 3,3 procent van de afkalvingen in een tweeling. Koeien met twee of meer lactaties krijgen vaker (4,3 procent) een tweeling dan vaarzen (0,8 procent). De meeste tweelingen, zo’n 90 tot 95 procent, zijn twee-eiig. Dat wil zeggen dat de moeder een dubbele eisprong heeft gehad. Dat suggereert dat het krijgen van tweelingen vooral via de moeder wordt bepaald en minder via de vader. Roeterdink richtte zich in haar onderzoek daarom vooral op de vader van de moeder.

Verschillen tussen stieren

Voor haar onderzoek gebruikte Roeterdink een dataset van ruim twee miljoen afkalvingen uit de periode 2007 tot 2025. De erfelijkheidsgraad voor het krijgen van tweelingen ligt bij vaarzen op 1 procent, bij koeien met twee of meer lactaties op drie procent. 

Ondanks die lage erfelijkheidsgraad is het volgens de studente wel mogelijk om te fokken op minder tweelinggeboorten. Zo toonde ze aan dat er tussen groepen stieren met een hoge en lage fokwaarde voor tweelingen duidelijk verschillen zijn in het te verwachten percentage tweelinggeboorten bij hun dochters (figuur 1). Zo zou bij dochters van stieren met een fokwaarde tweelingen lager dan 97 het percentage tweelingen in lactatie twee en hoger op 5,1 procent uitkomen. Bij dochters van stieren met een fokwaarde hoger dan 104 zou dat op 1,8 procent liggen. 

Fokken op minder tweelingen heeft daarom zeker potentie, concludeert Roeterdink. ‘Het zou daarom goed zijn om een fokwaarde voor tweelinggeboorten te ontwikkelen.’