Geen verband tussen wachtperiode en aantal inseminaties
Er lijkt geen verband te zijn tussen de lengte van de vrijwillige wachtperiode en het aantal inseminaties dat nodig is voor een dracht.
Anders gezegd, langer wachten met insemineren lijkt niet te helpen om koeien vlotter drachtig te krijgen. Deze conclusie komt naar voren uit een masteronderzoek van diergeneeskundestudent Bjorn Verhoeven van de Universiteit Gent onder begeleiding van professor Jo Leroy, hoogleraar bij het departement Diergeneeskundige Wetenschappen aan de universiteit van Antwerpen.
Gevoel bepaalt standaard vwp
Verhoeven verzamelde via een enquête informatie van 142 melkveebedrijven in Nederland en Vlaanderen. De vrijwillige wachtperiode (vwp), het aantal dagen tussen afkalven en het moment dat de veehouder van start wil gaan met insemineren, was gemiddeld ongeveer 65 dagen maar varieerde sterk tussen en binnen bedrijven. Veehouders baseren de standaard vwp vooral op ervaring en gevoel. De hoogte van de melkproductie was de meest genoemde reden om hiervan af te wijken. Daarnaast keken veehouders naar persistentie, lichaamsconditie, tochtkwaliteit, vruchtbaarheidsgeschiedenis en pariteit.
Geen verband vwp en vervangingspercentage
In het onderzoek werd een positief verband gevonden tussen de lengte van de vwp en de hoogte van de dagproductie. Dat wil zeggen dat de vwp gemiddeld langer was bij een hogere dagproductie. Verhoeven vond ook dat een langere vwp gepaard ging met een hogere 305-dagenproductie, levensproductie en leeftijd bij afvoer. Deze verbanden waren echter zwak. Er werd geen verband gevonden tussen de lengte van de vwp en het vervangingspercentage.
Langere intervallen, gelijk aantal inseminaties
Een langere vwp leidde (uiteraard) tot een langere tussenkalftijd, een langer interval tussen afkalven en eerste inseminatie en een langer interval tussen afkalven en dracht. Maar in het onderzoek werd geen relatie gevonden tussen de vwp en het aantal inseminaties per dracht of per geïnsemineerde koe.